[p. 15]
Jantje te Peerd.
Rijdt Jantje op een bezemstok
Gelijk op een brieschende peerd,
En hinkt hij en springt hij de kamer in 't rond,
Van horten noch stooten verveerd;
Dan lacht hij, dan zingt hij van hopsa-ho!
En springt dan zijn bezem, dan roept hij: Bravo!
Piet-Oom schonk hem een hobbelpeerd,
Jan wipte als een krijger er op;
Het bommelt en schommelt; Jan trekt met zijn steert
Of streelt het eens blij langs den kop.
Naar Afrika rijdt hij; 't klinkt ju! en dan ho!
Daar zijn al de zwarten; hij schatert: Bravo!
De melkboer heeft een peerd, 't hiet Lies;
Hij zet haar klein Jantje op den rug;
En Jantje die lacht en hij trekt met den toom:
Wat gaat het nu prettig en vlug!
Hij streelt Lies, hij aait Lies, nu zóó en dan zóó;
Hij hipt en hij wipt, en hij schatert: Bravo!