terug  begin  verder
[p. 33]

Onder de Wip.



illustratie

 
Het Kind.
 
Zeg, boogje, 'k ga eens mikken,
 
Maar houd u stevig, hoor!
 
Dan schiet ik, als mijn pijl wil,
 
Den vogel midden door!
 
Het Boogje.
 
He, schutter, niet te heftig,
 
Zoo gij hem treffen wilt;
 
Als gij me dwaas wilt buigen,
 
Raakt al uw kracht verspild!
[p. 34]
 
De Pijl.
 
Zeg, vriendje, 'k wil u helpen,
 
Maar 'k waggel op mijn pees;
 
'k Moet recht staan,.. zóó! Nu mikken
 
En schieten, zonder vrees!
 
Het Kind.
 
Ik dank u voor uw vriendschap;
 
Pas op nu: één,... twee,... hoor!
 
Daar snort de pijl,... de haan valt,
 
Geschoten midden door!
terug  begin  verder