[p. 42]
Jan Klaassen.
Jan Klaassen is een slimme gast
En grappig bovendien;
Nog nooit werd in een poppenkast
Zoo 'n rare held gezien.
‘Toe!’ zegt de kramer, ‘mooie Jan!
Wel kom reis voor den dag!...
't Is al een eeuw geleden, man,
Dat ik uw grappen zag!’
En wip! daar springt een aard'ge pop
Recht guitig voor het licht,
Met 'n hoedjen op den houten kop
En met een zwart gezicht.
Jan Klaassen knikt en groet en ziet
Naar 't volk dat vóór hem staat;...
De kramer pijpt een kermislied
En Jan danst op de maat.
Hij slaat zijn stekkers vóór zich uit
En zwaait er mêe in 't rond;
Elk kind vindt hem een viezen guit
En lacht met gullen mond...
[p. 43]
Jan Klaas heeft ook een aardig wijf,
Een pop zoo groot als hij;
Maar houdt ze soms wat erg gekijf,
Dan is 't een kloppartij!
Dan maakt de vrouw zich machtig sterk
Met borstel, haak of staf;
Dan treedt Jan Klaas in 't worstelperk...
En troeft haar duchtig af.
En schalksjes lacht de kramersman:
‘Jan Klaassen, zoo is 't wel!’
De kindren lachen smaaklijk dan
Om Jantje's grappig spel.
Recht juichend trekken zij dan op
Als Klaasje henensnelt;...
En blijft Jan steeds een houten pop,
Voor 't kind is hij een held!