De Glimworm en de Maan.
Een kleine glimworm zat des nachts
Te glinstren, toen hem onverwachts
Boos lachend aankeek de oude maan:
‘Wat zijt ge nietig!’ sprak ze 'm aan,
‘In 't zwart moeras zie 'k nauw uw licht,
Maar 't mijne...’ - ‘Ja, uw bol gezicht,
Het schittert, maar 't is vreemde schijn,
Wijl licht en glans mijn eigen zijn!...’
Toen dook zich weg de trotsche maan;...
De glimworm keek haar lachend aan.