[p. 67]
Naar Sint-Truien.
Wij kruien, kruien, kruien
Ons karretje naar
Sint-Truien
;
Beeten zoo sappig en rood als bloed,
Kruit ge niet mede, en hebt ge geen moed?
Wij hollen, hollen, hollen!
Sa, hoort het er maar eens rollen?
't Karretje hobbelt en danst zoo rap,
Dik zijn de beeten gezwollen van 't sap!
Wij rijen, rijen, rijen!
Steeds lustig door alle tijen
Hollen en bollen wij, vlug en blij,
Recht met de vracht naar de suikerij!...
Wij zweeten, zweeten, zweeten!
Ja, iedereen mag het weten!
Zweeten en hijgen, dat is gezond;
't Brengt ons het klontje al in den mond!