[p. 77]
In het Bosch.
Als de vogels liedjes zingen,
Bloempjes lachen in het groen,
Gaan de kindren, blij te zamen,
In het bosch een wandling doen.
Knapen springen, buitlen, rollen,
Loopen schaatrend op een draf;
En de lieve meisjes plukken
Al de schoonste bloempjes af.
Ja, zij dansen, en zij springen
In een vreugd'gen rondedans;
En zij lachen en zij zingen
Van hun schoonen bloemenkrans.
Jongens klimmen op de boomen,
Trekken blij hun vestjes uit;
Fluiten honderd frissche liedjes
Beter dan de merel fluit...
Maar als 't maantje zacht komt kijken
Zwijgt in 't bosch der kindren zang;
Dan gaan z'huiswaarts met hun bloemen
En een blosje op de wang.