terug  begin  verder
[p. 80]

Kermisliedje.

 
Rept u, kindren, fluks naar buiten,
 
Want de kermis is in 't land;
 
Blij gejubeld, vrij geschaterd,
 
Danst en springt nu hand in hand.
 
Zwaait uw rokjes,
 
Klept uw blokjes,
 
't Orgel dat raast en dat dreunt voor de jeugd;
 
Komt! Hoe meer zielen, hoe grooter de vreugd!
 
 
 
't Klokkenspel zal medezingen
 
Op het blijde kermisfeest,
 
Oude, nieuwe, prett'ge liedjes,
 
Om het mooist en om het meest.
 
Hoort: het tingelt!
 
Hoort: het klingelt!
 
Meiden en knapen, het noodt u ten dans;
 
Zwiert dus en zwaait, g' hebt maar éénmaal de kans!
 
 
 
Vreugde doet de kindren leven,
 
Legt den blos hun op de wang;
 
Blijdschap sterkt hun ziel, hun harte:
 
Leeft dus vrij en gaat uw gang!
 
Dansen, draaien,
 
Zwieren, zwaaien,
 
Jokken en juichen, dat 's 't leven, hoezee!
 
Eénmaal slechts kermis; wie doet er dus meê?
terug  begin  verder