[p. 81]
Een Kwezel en haar Ezel.
Daar was zoo eens een kwezel,
Die reed al naar de stad,
Al op 'nen ouden ezel
Dien zij gekregen had.
Van digge-digge-deine,
Van digge-digge-dom;
Maar hoe en van wie, o,
Daar gaf zij niet om!
Zij trok met 's eze!s ooren,
Omdat hij ging zoo traag;
Maar 't beest en wou niet hooren,
Want 't had zoo'n leege maag.
Van digge-digge-deine,
Van digge-digge-dom;
Had Langoor geen eten,
Daar gaf zij niet om!
Zij wou hem slaan en stooten,
Zij klaagde moord en brand;
Hij stampte met zijn pooten
En sloeg haar neer in 't zand.
Van digge-digge-deine,
Van digge-digge-dom;
Zij vloekte, maar de ezel
Die gaf daar niet om!
[p. 82]
Hij zette 't op een loopen,
Recht naar zijn ouden stal;
Zij riep: ‘Hij zal 't bekoopen!’
En werd half dol, half mal.
Van digge-digge-deine,
Van digge-digge-dom;
De bengels die juichten
En lachten zich krom!