[p. 87]
Meimorgen.
De zonne komt gerezen
In 't frissche morgenduur;
Daar vlamt zij aan den hemel
Gelijk een kole vuur.
Zij gloeit de velden tegen;
Zij straalt langs bosch en wei,
Die, blij ontsluimrend, juublen:
Vivat de lieve Mei!
De bloem ontsluit haar knopje;
Het windje suist in 't groen;
Het bietje haalt haar honig,
En bromt als bietjes doen.
De bonte koetjes grazen;
De boomen ruischen blij,
En al de vogels zingen:
Vivat de lieve Mei!
De zonne komt gerezen
En schijnt zoo hel, zoo warm;
De kindren juichen, springen
En wandlen, arm in arm.
Hun jonge hartjes zingen
Langs bosch en veld en wei;
Die vreugd brengt hun de Lente:
Vivat de lieve Mei!