begin  verderprepost
[p. t.o. 3]



illustratie
Mr. P.J. TROELSTRA. Ao. 1926

[p. 7]

Voorwoord

In de latere drukke jaren van mijn politiek optreden heb ik menigmaal den drang gevoeld naar zelfbezinning en onderzoek naar mijne innerlijke wording. De positie van den politieken leider brengt mede een zekere geestelijke afzondering, waarover reeds dr. Kuiper op zijn ‘eenzamen post’ heeft geklaagd. Eenerzijds staat een overschatting van zijn persoon vaak bij menigeen een rustige beschouwing zijner menschelijke drijfveeren in den weg; anderzijds stuit deze veelal op de verguizing en het fanatisme, waaraan hij bij politieke tegenstanders bloot staat. Hij doet het best zich noch aan het eene noch aan het andere veel gelegen te laten liggen, hopende aan den avond van zijn leven zijne medeburgers de gelegenheid te kunnen verschaffen, zich nader omtrent den ontwikkelingsgang en de menschelijke drijfveeren op de hoogte te stellen, die hem in het algemeen tot zijn werk gedreven en bij zijn strijd hebben bezield. Deze arbeid is voor den betrokkene zelf een interessante poging zijn leven van het standpunt zijner ervaring te beschouwen; zijn geestelijken groei te leeren begrijpen en verstaan; het tekort aan zelf-overweging, waartoe hij in de roezige dagen van zijn levens-arbeid niet heeft kunnen komen, aan te vullen.

Dit eerste deel mijner Gedenkschriften is aan deze zelfstudie gewijd. Voor diegenen, die mij hebben zien werken en worstelen, bevat het den sleutel tot het menschelijk begrijpen mijner daden als agitator en politicus. Ik heb er zelf veel van geleerd.

Mijn streven is gericht op onopgesmukte waarheid, hetgeen medebrengt de zucht naar den grootst mogelijken eenvoud van uitdrukking. Een ‘literarisch’ werk kan men dit nauwelijks noemen. Het tracht vooral naar de zielkundige verklaring van mijn leven, zoo lang dit nog verkeerde in het tijdperk van wording, van ont-

[p. 8]

wikkeling tot de persoonlijkheid, die ik in het politieke en geestelijke leven van ons volk geworden ben.

Dit boek zal zeker het meest gelezen worden door hen, wier klasse door mij is verdedigd tegen de neerdrukkende tendenzen, waaraan zij door het kapitalisme is onderworpen. Mèt haar en voòr haar strijdende, haar tot een werkelijke politieke partij vormende, is de tijd door mij aan haar dienst gewijd mijn geluk en mijn glorie geworden. Haar een dokument van mijn persoonlijke en politieke ontwikkeling te verschaffen, is het groote meer algemeene doel van dit boek.

 

Mijne lezers hebben er recht op in dit boek een rij van aanteekeningen aan te treffen, die menig hunner te stade zullen komen bij het volledig begrijpen van het gelezene. Die aanteekeningen in den tekst aan te brengen of aan te duiden, scheen mij niet gewenscht. Ik gaf er de voorkeur aan ze op te nemen in een lijst, waar ieder, die bij het lezen op moeilijkheden mocht stuiten, deze verklaard kan vinden met verwijzing naar de pagina en den regel in den tekst.

 

Het is mij een aangename taak al diegenen, die, op welke wijze dan ook, mij bij de samenstelling van dit werk van dienst zijn geweest, mijn oprechten dank te betuigen.

 

Scheveningen, Sept. 1927

TROELSTRA.

prepost  begin  verder