terug  begin  verderprepost

Augurken.

Augurken worden op dezelfde wijze geteeld als komkommers. Daar men de vruchten nimmer versch gebruikt en het geen doel heeft om ze bijzonder vroeg te kunnen oogsten, wordt zelden of nooit onder glas, maar steeds in den vrijen grond op de bestemde plaats gezaaid en gekweekt. Ze behoeven eveneens een lossen, lichten, humusrijken grond en zoo mogelijk een luwe plaats. Een zware bodem moet noodwendig met zand vermengd worden. Men zaait in den loop van de Meimaand, naar gelang van de weersgesteldheid. In een enkele overlangsche rij, midden op een

[p. 89]

breed bed, legt men met tusschenruimten van 60 c.M. 3 zaden of pitten bij elkaar; om later van elk groepje één plant te laten doorgroeien. Als de planten 5 of 6 bladeren hebben, kan men de toppen afnijpen, ter betere ontwikkeling der zijscheuten. Daar kleine Augurken voor den inleg de meest gewenschte zijn, moet steeds gezorgd dat ze tijdig geplukt worden. Bij warm, groeizaam weer is het noodig dat ze minstens tweemaal per week worden ingezameld. De kweekwijze komt overigens geheel overeen met die van komkommers.

prepostterug  begin  verder