Zuring is een overblijvende plant met lange smalle of meer breede bladeren. De meest gebruikelijke wijze van vermenigvuldiging is het scheuren der wortels; die gemakkelijk gesplitst kunnen worden. De planting geschiedt in het vroege voorjaar of in den herfst. Lange worteleinden worden wat ingekort. De zoogenaamde Spaansche Zuring wordt het meest gebruikt. Deze geeft groote breede bladeren en heeft de goede eigenschap dat ze niet in het zaad schiet.
Bij gemis van plantzuring kan ook heel goed gezaaid worden. Men zaait in Maart-April of in Juli-Augustus op een bed dun uit, in rijen met 25 c.M. tusschenruimte. Het zaad mag met slechts weinig aarde bedekt worden. Drogen grond moet men vooraf flink begieten. Behoeft in den eersten
zomer niet uitgedund te worden, in het tweede jaar geeft men den planten een afstand van 20 c.M. Zuring kan ook dienen tot rand om andere gewassen. Zaaizuring schiet spoedig in het zaad. Zoodra de bloeistengels te voorschijn komen, moeten ze afgesneden worden, opdat de grond niet uitgeput raakt ten nadeele van het blad. Zuring stelt aan den grond geen hooge eischen. Daar echter slechts eenmaal voor enkele jaren geplant of gezaaid wordt, is het nuttig om vooraf vrij sterk te bemesten. Ingeval dit niet gedaan is, kan aan weerszijden van de plantenrijen wat compost ondergehakt worden. Als de grond voldoende voedzaam is, groeit zuring ook goed op een meer of minder beschaduwde plaats. In de schaduw is het zuurgehalte lager.
Een nieuwe zaaiïng of planting is slechts dan noodig, wanneer de planten blijkbaar niet zoo krachtig meer groeien. Men kiest dan zoo mogelijk een ander bed. Om de 4 of 5 jaren is een omplanting wel gewenscht. Het gewas heeft dikwijls te lijden van het zuringkevertje, een sierlijk goudgroen insect, waarvan de larven de bladeren wegvreten. Zuring wordt gebruikt als toekruid bij spinazie enz., doch ook als afzonderlijke moesgroente.