Geheel tegen mijne bedoeling verschijnt dit Stukje in het licht; ik heb aan de dringende bede van vele mijner vrienden eindelijk toegegeven: de fijne kritiek zal, zoo ik hope, wel wat willen toegeven aan de weinige doch tevens ontzettende oogenblikken, in welke het moest worden opgesteld, en de gebreken wel willen verschoonen. Ik lever het niet als een proefstuk van welsprekendheid en orde, maar als de taal van een weemoedig, ontroerd hart.
De gebeden, bij deze gelegenheid uitgesproken, vindt men niet bij dit Opstel: ik ben niet gewoon dezelve in schrift te stellen; en
daar ik in derzelver ontboezeming alleen de levendige ontroering mijner ziel volgde, is het mij niet mogelijk geweest, dezelve geregeld te kunnen herinneren.
Als dit Opstel het Moederland bekend maakt met onze algemeene ramp; als het dáár, en bijzonder in mijne Gemeente, eenig nut sticht, dan zal aan mijn oogmerk voldaan zijn.
h. uden masman.
Paramaribo,
1 Februarij 1821.