Klaagliederen van Jeremia, Hoofdstuk 3, van het 18de vers af, en Psalm 130 vers 1 en 2.
Voorgezongen: Gezang 170 vers 3, 4, 5 en 6.
Vóór het Gebed gezongen: Psalm 65 vers 1 en 2.
En na het Gebed: Gezang 175 vers 5 en 6.