Kikker en het vogeltje


auteur: Max Velthuijs


bron: Max Velthuijs, Kikker en het vogeltje. Leopold, Amsterdam 2003 (14de druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 3]

[Kikker en het vogeltje]



illustratie

Het was een mooie dag in de herfst.

Varkentje plukte appels uit de boom...

[p. 4]



illustratie

...toen Kikker aan kwam lopen. Hij keek bezorgd.

[p. 5]



illustratie

‘Ik heb iets gevonden,’ zei hij ernstig.

‘Wat heb je dan gevonden?’ vroeg Varkentje.

[p. 6]



illustratie

‘Kom maar mee, dan zal ik het je laten zien,’

antwoordde Kikker.

[p. 7]



illustratie

En samen gingen ze op weg.

Varkentje maakte zich een beetje ongerust.

[p. 8]



illustratie

Toen ze bij de rand van het bos gekomen waren,

wees Kikker naar de grond.

‘Kijk,’ zei hij, ‘kapot. Hij doet het niet meer.’

[p. 9]



illustratie

‘Hij slaapt,’ zei Varkentje.

[p. 10]



illustratie

Op dat moment kwam Eend er aan.

[p. 11]



illustratie

‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ze nieuwsgierig.

‘Een ongeluk?’

‘Sst, hij slaapt,’ zei Kikker.

Maar Eend dacht dat hij ziek was.

[p. 12]



illustratie

Haas, die toevallig een wandelingetje maakte,

zag al van verre dat er iets aan de hand was.

[p. 13]



illustratie

Hij knielde bij de vogel neer en keek aandachtig.

‘Die is dood,’ zei hij toen.

‘Dood,’ zei Kikker, ‘wat is dat?’

Haas wees naar de blauwe hemel.

[p. 14]



illustratie

‘Iedereen gaat dood,’ zei hij.

‘Wij ook?’ vroeg Kikker verbaasd.

Dat wist Haas niet zeker.

‘Als we oud zijn misschien,’ zei hij.

[p. 15]



illustratie

‘We moeten hem begraven,’ zei Haas.

‘Daar, onder aan de heuvel.’

[p. 16]



illustratie

Van takken maakten ze een draagbaar

en ze droegen de vogel voorzichtig naar de heuvel toe.

[p. 17]



illustratie

Ze groeven een diepe kuil in de grond.

[p. 18]



illustratie

‘Zijn leven lang heeft hij mooi gezongen,’ zei Haas plechtig.

‘Nu krijgt hij zijn welverdiende rust.’

[p. 19]



illustratie

Heel voorzichtig legden ze de dode vogel in de kuil.

Kikker strooide bloemen in het graf

en toen gooiden ze het dicht met aarde.

[p. 20]



illustratie

Ten slotte legden ze er een grote steen bovenop.

Het was doodstil.

Er was zelfs geen vogel te horen.

[p. 21]



illustratie

Diep onder de indruk gingen ze terug.

Plotseling rende Kikker er vandoor.

[p. 22]



illustratie

‘Laten we tikkertje spelen,’ riep hij.

‘Varkentje, jij bent hem!’

[p. 23]



illustratie

Ze speelden en lachten en hadden plezier

tot de zon bijna onderging.

[p. 24]



illustratie

‘ Is het leven niet prachtig!’ riep Kikker uit.

[p. 25]



illustratie

Moe maar tevreden gingen ze naar huis.

In de boom bij de heuvel zat een vogel.

Hij zong een prachtig lied - zoals altijd.