terug  begin  verder

[p. 34]



illustratie
1006: titelpagina (ex. 7)

[p. 35]

1006

J. De Brune. Aen den Hoogh-gheleerden Heer Constantin Huygens, Op het uyt-gheven Van Syn Costelick Mal, Ende Haeghsche Voor-Hout.

In: ΚΕΡΚΥΡΑΙΑ ΜΑΣΤΙΞ, Satyra. Dat is, 't Costelick Mal. Aen De Heere Iacob Cats, Raedt ende Pensionaris der Stadt Middelburgh. Door Constantin Hvygens, Secretaris der Ghesanten van de Groot-moghende Heeren Staten Generael der vereenichde Nederlanden, jeghenwoordelick by den Coninck van groot Britaignen. [drukkersmerk: Pictoribus Atque Poetis. T'Is Al Goet Wat Cunste Doet. Poesis. Pictura.] Tot Middelburgh, Gedruckt by Hans vander Hellen, voor Ian Pieterss. van de Venne, woonende by de nieuwe Beurse in de Schildery-winckel, Anno MDCXXII.

 

2e dr.: 1007; titeluitg. van 2e dr.: 1010; 3e dr.: 1019; 4e dr.: 1025; 5e dr.: 1026; 6e dr.: 1029; edities: 1071, 1074, 1075, 1076

 

4o: *3r-v.

gecollationeerde exemplaren:

= 1 AMSTERDAM, UB: IvN: 253 C 13 (olim: 51 F).
= 2 AMSTERDAM, UB: 951 D 53.
= 3 AMSTERDAM, UB: 2003 E 7.
= 4 AMSTERDAM, UB: 1489 D 1.
= 5 AMSTERDAM, UB-VU: 6 N 14a.
  Convoluut, waarin ook aanwezig: C. Huygens. Hofwyck (1653) en Voor-hout (1622) en J. Westerbaen. Ockenburgh (1654).
= 6 ANTWERPEN, SB: C 1710.
= 7 'S-GRAVENHAGE, KB: 2116 B 21 (olim: 116 D 10).
= 8 LEIDEN, UB: 1199 B 1.
  Herkomst: Mij. Ned. Lett.
= 9 MIDDELBURG, ZB: 1110 B 22 (olim: 292 A 21; 10 B 2).
  Convoluut, waarin verder aanwezig: I. Cats. Tooneel van de mannelicke achtbaerheyt (1622) en C. Huygens. Voorhout (1622).

commentaar:

Dit gedicht op Huygens is ook opgenomen in latere drukken van Costelick Mal, inclusief de drukken die deel uitmaken van de Otia. Het gedicht komt niet voor in recente tekstedities van Huygens' tekst: de laatste maal werd het opgenomen in 1904. Behalve van De Brune zijn drempeldichten opgenomen van F.C. [= Jacob Cats], I. Luyt en I.A.F.

De drukgeschiedenis van dit gedicht betreft alleen de eerste twee drukken omdat geen onderzoek gedaan is naar de onderlinge relatie van de latere Otia-drukken:

1e dr. in Costelick Mal 1622
   
2e dr. in Costelick Mal, 2e dr. 1623 = titeluitgave Otia 1625
   
3e dr. in Otia 1634
4e dr. in Otia 1641
5e dr. in Ledige uren 1643
6e dr. in Ledige uren 1644

literatuur:

Eymael 1913-01; Kalff 1915-02; Von Winning 1921-04, IV; Meertens 1943-02, p. 313, 397.

terug  begin  verder