
1013: titelpagina (ex. 2)
Ioh. de Brune. Aen De Heer Philips Van Lansberge; Over zijne Bedenckinghen, Op den Daghelijckschen ende Iaerlijckschen loop des Aerdt-cloots.
In: Philippi Lansbergii Bedenckinghen, Op den Daghelijckschen, ende Iaerlijckschen loop vanden Aerdt-cloot. Mitsgaders Op de ware af-beeldinghe des sienelijcken Hemels; daer in de wonderbare wercken Gods worden ontdeckt, tot prys van zijnen heyligen Name, ende stichtinghe van alle Menschen. [vignet met als onderschrift: En oordeelt niet na den aensien, maer oordeelt een rechtveerdich oordeel. Ioan. 24.7.] [lijn] Tot Middelbvrgh, By Zacharias Roman, Kunst ende Boeck-vercooper, woo-nende inde Kerck-strate inden Vergulden Bybel, 1629. Met Previlegie.
Tot Middelbvrgh, Ghedruckt by Hans vander Hellen, woonende op de groote Marct, in't Wapen van Audenaerde, Anno 1629.
2e dr.: 1037
fol. **2r-v
**2 verschijne voor
| = 1 | AMSTERDAM, UB: 724 E 12. |
| = 2 | 'S-GRAVENHAGE, KB: 476 J 49. |
| = 3 | LEIDEN, UB: 537 F 182. |
| = 4 | LEIDEN, UB: 537 F 192. |
| = 6 | WOLFENBÜTTEL, HAB: 8.2 Geom. (3). |
Convoluut, waarin aanwezig: 1. Libertus Fromundus. Ant-Aristarchus sive orbis-terrae immobilis. Antwerpen, Plantijn/Moretus, 1631; 2. Libertus Fromundus. Labyrinthus sive de compositione continui. Antwerpen, Plantijn/Moretus, 1631; 3. Van Lansbergen; 4. Ioannes Della Faille. Theoremata de centro gravitatis. Antwerpen, I. Meurs, z.j.; 5. Gabriello Busca. L'architettura militare. Milano, Gio. Battista Bidelli, 1619.
| = 5 | LEEUWARDEN, PB: |
Het boek, waarvoor octrooi verleend werd op 12 mei 1629, is opgedragen aan de Staten van Zeeland. Er zijn drempeldichten van Daniel Heinsius, Jacob Cats en Johan de Brune. De Brunes gedicht staat ook in de druk van 1650 (op fol. B1r-v), maar is niet meer opgenomen in de druk Middelburg, Zacharias Roman, 1666 (gedrukt te Middelburg bij Thomas Berry; geraadpleegde exx. Amsterdam UB: 1046 E 30; 's-Gravenhage, KB: 521 E 28). Het gedicht komt evenmin voor in Van Lansbergens Opera omnia van 1663. Wegens de slechte bereikbaarheid van de tekst volgt hieronder een transcriptie:
Meertens 1943-02, p. 314, 397.