a. J. de Bruyne. Gods wegen schillen veel van 'smenschen kromme wegen/ Dat hier is meest veracht/ heeft 'tmeest geluck verkregen.
b. J. de Brune. De dove-volg-begeert/ gedompelt inde fluymen Van domme-herssens-drop/ doet uyt den setel ruymen Wet/ reden/ en natuer.
In: Adriaen Valerius. Nederlandtsche Gedenck-Clanck. Herdrukt naar de oorspronkelijke uitgaaf van 1626. Ingeleid en voorzien van biografische, taalkundige, historische en musicologische aanteekeningen door P.J. Meertens, N.B. Tenhaeff en A. Komter-Kuipers. Bandversiering van Georg Rueter. Uitgegeven onder auspiciën van de Stichting ‘Onze Oude Letteren’ door de N.V. Wereldbibliotheek. Amsterdam: Wereldbibliotheek N.V., 1942.
2e opl.: 1081; 3e herz. opl.: 1084; 1e dr.: 1011; facs.-uitg.: 1094.
p. 158, 183.
| = 1 | 'S-GRAVENHAGE, KB: 11 A 48. |
| = 2 | 'S-GRAVENHAGE, KB: 11 A 49. |
| = 3 | NIEUWKOOP: ex meis. |
| = 4 | UTRECHT, LB: Ned.L*XVII*VAL-b-1. |
| = 5 | UTRECHT, LB: Ned.L*XVII*VAL-b-1a. |
| = a | 3 oplagen: | ||
| = I | [1e druk] 1942 | ex. 1-2, 4 | |
| = II | 2e druk[=oplage] 1943 | ex. 5 | |
| = III | 3e druk[=herz. oplage] 1947 | ex. 3 |
Bovenstaande twee spreuken van De Brune zijn opgenomen in Valerius' Gedenck-clanck. De 2e oplage verschilt alleen in het voorwerk van de 1e oplage. In de 3e oplage zijn enkele wijzigingen aangebracht: op p. 158 ontbreekt het lijntje dat de noten van de tekst scheidt en op p. 183 zijn de noten weggelaten hoewel de verwijzings-asterisk in het citaat uit De Brune bij ‘fluymen’ is blijven staan.