terug  begin  verder

[p. 230]

Objectieve bibliografie
1623 - 2001

1623-01

Venne, A. v[ande ]. ‘Middelburchse Lauwer-hof, ofte rust-plaetse, van Mercurius, ende des selfs aenspraecke tot alle const-beminders’. In: A. v[ande] Venne. Tafereel van sinne-mal. Middelburgh, Ian Pietersz vande Venne, 1623. fol. Aj r - A iiij v. (facs.-ed. 1982).

* Noemt op fol. Aiiij r De Brune: ‘De Bruyn, verlicht de jeucht, van uyt de minne suchten / Te climmen voort, en voort, tot borgerlijcke tuchten; / En stiertse met zijn dicht tot inde Hemels-feest, / En hout sich hier beneen, noch besich met zijn geest.’

[p. 231]

1624-01

Courante uyt Italien, Duytslandt, &c., Den 27. Iulij Anno 1624.

* Aankondiging van het verschijnen van de Emblemata (zie 1009). Zie 1946-01 Dahl.

1624-02

Tydingen uyt verscheyde Quartieren, den 10. Augustus Anno 1624.

* Aankondiging van het verschijnen van de Emblemata (zie 1009). Zie 1946-01 Dahl.

1627-01

[Gomarus, Franciscus ]. De Euangelio Matthaei, quanam lingua sit scriptum, dissertatio ejusdem. Clariss. ac consultiss. viro D. Iohanni Brvneo, J.U. Doctori, & Senatori Middelburgensi, in perpetuum, amicitiae mutuae, monumentum, dedicata. In: Gomarus, Franciscus. Examen controversiarum, de genealogia Christi [...]. Groningae 1627, p. 58-69. (Amsterdam, UB: 418 e 39).

* Opgedragen aan: ‘Clariss. ac consultiss. viro, D. Johanni Brunaeo, J.U. Doctori, & Senatori Middelburgensi, in perpetuum, amicitiae mutuae, monumentum, dedicata’. Zie ook 1929-01.

1632-01

[Schut(t), Peeter]. Schvt-vvaerheyt Teghens het valsch Verkeerspel [...] by den logen-rijcken Ian vander Veen door Godt mijn Schut. Z.pl. 1632.

* ‘Brun'’ fol. A ij r. ‘Godt mijn Schut is waarschijnlijk de ken-spreuk van Peeter Schutt’ [register Schut], aldus A. Keersmaekers. Geschiedenis van de Antwerpse rederijkerskamers in de jaren 1585-1635. Aalst 1952. p. 66-68. Zie ook 1957-02 Keersmaekers.

1632-02

Burchoorn, I. Bataviersche Mey-spel ghespeelt by de ionge Batavieren van 'sGraven-Hage, op het iaer 1632 [vignet] In 'sGraven-Hage, [lijn] Gedruckt by Isaac Bvrchoorn, boeck-drucker, woonende op het Speuy, alder-naest de Keyser, M D C XXXII. 4o. (UB-A: 687 D 22)

* Fol. A2r (p. 3): opdracht aan ‘alle ziel-begaefde konst-voedende Poeten, mijne E.E. aengename vrienden’. Burchoorn noemt Cats, Heinsius, Vondel, Hooft, Coster, Huygens, Westerbaen, Nootman, A. vande Venne, Krul, Starter, Bredero, Duyrkant, Velden en ook ‘de Bruyn’ als tot hen behorend.

1634-01

De Oude Chronijcke ende Historien van Zeelandt Beschreven door wijlen Heer Jan Reygersbergh, van Cortgene. Van nieus met eenighe Byvoechsels, mitsgaders met de figueren der Graeven van Zeelandt vermeerdert. Middelbvrch, Zacharias Roman, 1634 (Haerlem, Adriaen Roman). (Utrecht, AB: S.oct.5181).

* p. 343-348: Catalogue ofte Lijste, van de Gheleerde Mannen.
Op p. 347 De Brune genoemd: ‘[...] seer gheleert inde H. Theologie, als mede in Materie van State, ende Civile Rechten, mitsgaders inde Orientaelse Talen, oock seer goet Poeet [...]’.

1642-01

Mathijsz, Vincent. ‘Tot den liefhebbenden leser’. In: Vlissings redens-lust-hof, beplant met seer schoone en bequame oeffeningen. [...]. Tot Vlissinge, by Iacob Iansz Pick, boeck-verkooper op de Beurs. Anno MDCXLII. (UB-A: 976 B 17)

* Op fol. (**) recto worden ‘nu in onsen tijdt d'Heer Heyns, d'Heer Cats, d'Heer Hugens, de Bruyne’ genoemd als inspirators van de Vlissingse rederijkers.

1643-01

Catalogus universalis. No. 7. Hoc est designatio librorum, qui in Foederatis hisce Belgii Provinciis à mense Julio anni proximè elapsi ad Julium usque hujus anni MDCXLIII, vel novi vel emendatiores & auctiores in lucem prodierunt. Dat is: Een vertoogh van de meeste boecken, die sedert naest voorleden Julio tot op Julium deses teghenwoordighen jaers onses Heeren MDCXLIII in dese Vereenigde Nederlanden, ofte gantsch nieu, ofte verbetert ende vermeerdert, gedruckt ende uytghegeven zijn. Amstelredam, Broer Iansz, 1643. [facsimile-uitgave Utrecht 1986].

* Onder nr. 133 staat vermeld De Brunes Ziel-gerechten, Middelburg, Zacharias Roman, in-12o (zie 1027).

1644-01

Reygersbergen, Johan. Chroniick van Zeelandt [...], nu verbetert ende vermeerdert door Marcus Zuerius van Boxhorn. Dl. l. Middelburch 1644. (Middelburg, ZB: Zeeuws Doc.-centrum, kostb. werken).

* De Brune p. 158, X 7 r.

1649-01

Heule, Christiaen van. De CL. psalmen des Propheten Davids Van P. Dathenus gedicht, En nu verbetert door - . Leyden 1649. (Amsterdam, OB: TB 205 F 23.)

* fol. *2 v: ‘Iohannes de bruyne’ wordt genoemd.

1651-01

Catalogus universalis. No. 15. Hoc est designatio librorum, qui in Foederatis hisce Belgii Provinciis, ab initio anni proximè elapsi ad currentem usque an. Dom. MDCLI, vel novi vel emendatiores & auctiores in lucem prodierunt. Dat is: Een vertoogh van de meeste boecken, die sedert den aenvangh van 't laetst voorleden tot op het teghenwoordighe jaer onses Heeren Iesu Christi 1651. in dese Vereenigde Nederlanden, ofte gantsch nieu, ofte verbetert ofte weder herdruckt uytghegeven zijn. Amstelredam, Broer Iansz, 1651. [facsimile-uitgave Utrecht 1986].

* Onder nr. 129 staat vermeld Davids Psalmen, Amsterdam, Theunis Jacobsz, in-12o (zie 1035).

1651-02

Voetius, Gisbertus. Exercitia et bibliotheca, studiosi Theologiae. Editio secunda, priore auctior & emendatior. Ultrajecti 1651. (Amsterdam, UB-VU: XI 05734).

* Schrijvend over de psalmbewerkingen, waardeert Voetius die van Johan de Brune op p. 529 als volgt: ‘Sed nunc omnes omnium inventiones superavit nova, ingeniosa, & erudita industria Ampliss. consultiss. & multiplice eruditione excultissimi viri D. Johannis de Brune Illustr. Zelandiae Ordd. syndici, qui purum putum textum sacrum ex hebraeo expressum, numeris tamen adstrictum, & cantui ecclesiastico adaptatum dedit’.

1652-01

A[itzema], L[ieuwe] v[an]. Herstelde Leeuw, of Discours over 't gepasseerde in de Vereenigde Nederlanden in 't Jaer 1650, ende 1651. Amsteldam, Jasper Adamsz. Star, 1652. (Utrecht, AB: S.oct.3563).

* p. 534 over De Brunes ontwerp van een gedachtenispenning (zie 1040).
[p. 232]

1653-01

Catalogus variorum & insignium librorum bibliothecae [...] D. Godefridi Udemanni [...]. Medioburgi 1653.

* Van De Brune worden genoemd Proverbia (zie 1001) en Psalmen Davids (zie 1035).

1653-02

Arcerius, Iohannes. ‘Na-reden’. In: Charles Richardson. Uyt-breydinge der woorden Matth. cap. 26. v. 75. handelende vande bekeeringe des Apostels Petri. Eerst inde Engelsche tale beschreven door D. Charles Richardson ende nu in het Nederduyts overgeset door T.W. bedienaer des Goddel. woordts. 2e dr. Franeker, Iohannes Arcerius, 1653.

* Op fol. H6v noemt Arcerius ‘Jan de Bruyne uyt Zeelandt’ naast Hooft, Huygens en Vondel als de belangrijkste ‘kloeke hoofden’.

1655-01

Westerbaen, Jacob. Davids Psalmen in Nederduytsche Rijmen gestelt. 's Graven-hage, Anthony Tongerloo / Iohannes Tongerloo, 1655. (Utrecht, AB: 131 Q 10).

* In de Voor-reden, fol. *8r - **3r, gaat Westerbaen uitvoerig in op De Brunes psalmvertaling (zie 1035).

1655-02

Liens, Cornelis. Eerste en tweede deel van de Kleyne werelt: vervatende De verborgen oorsaack der minne, Onderhandelinge van de ziele, en Waare proef der selviger onsterffelijckheyt. In rijm te samen gestelt door mr. Cornelis Liens, drost van de baronie van Martians-dyck, en bailliou van Scherpenisse, etc. Tot Amstelredam, by Jan Janssen. 1655. (Amsterdam, UB: 1820 F 19).

* Op fol. C2v noemt Liens dichters als ‘Heyns, Cats, Hoofs-Constantijn, / Hooft, Brêeroo, Vondel, *claer in 't Bruyn, Poëten zijn / Stil 'tondervragen’, die naar het voorbeeld van Ronsard, Escouteaux en Petrarca over de liefde geschreven hebben. In margine staat: ‘*I. de Bruyne’. Op fol. Q3r ‘de Bruyne’.

1655-03

Vondelen Voorlooper, I. van [= Pieter van Gelre???]. Overwegende den Sin ende Inhout vande Voorreden gestelt voor de Psalmen Davids, Gerijmt door Iacob Westerbaen [...]. Amsterdam 1655.

* Reactie op 1655-01: De Brune wordt in bescherming genomen tegen de kritiek van Westerbaen op zijn psalmvertaling. Zie ook 1996-01.

1656-01

Bruno, Henrick. Davids Psalmen, Na de Nieuwe Oversettinge, Op even veel Veersen, op de selfde Wijsen, als van Dathenus, en geheel op Noten, en op een sleutel gestelt, gerijmt door Henrick Bruno, Con-Rector tot Hoorn. Amsteldam, Kornelis de Leeuw, 1656. (Utrecht, AB: 107 C 6).

* In de Voor-Reden, (a)5v, deelt Bruno mee gebruik gemaakt te hebben van De Brunes vertaling: ‘ende somtijdts oock den Hoog-Achtbaren en door-geleerden Heere Jan de Brune, Pençionaris van de Edele Mogende Heeren Staten van Zeelandt, om een gelijck-sinnig woordt, my tot de voet-maet dienstig, uyt te vinden.’ (zie 1035).

1657-01

Deutekom, Ant. Het Boeck der Psalmen, En eenige andere Lofsangen: Door Last van de H.M. Heeren Staten Generael Der Vereenigde Neder-landen, ende volgens het Besluyt van de Synode Nationael, gehouden tot Dordrecht inde Iaren 1618. en 1619. Uyt de Oorspronckelijke Tale, nevens den ganschen Bibel, in onse Nederlandsche getrouvvelik overgesett; En Nu, Op de gewone Wijsen van het Kerklik gezang gebracht, met even zoo veel versen, Door Ant. Deutekom, Musiçien. Uytrecht, 1657 (Wtrecht, VVillem VVier). (Utrecht, AB: 107 B 25).

* In de Voorreden, fol. *6r, wordt het oordeel van De Brune over de psalmvertaling van Marnix geciteerd.

1658-01

Simonides, Simon. Ouranopolites, ofte Verhemelde ziele [...]. In II Stucken. Rotterdam 1658. (Amsterdam, UB: 1024 J 16).

* Het tweede stuk, dat ‘door Godts zegen’ later zou verschijnen, is vermoedelijk nooit gepubliceerd. Citaten uit De Brune: Spreeck-woorden p. 180, 187; Embl. p. 22, 182-183, 327, 336; Grond-steenen p. 389; en het één jaar eerder verschenen Banket-werk p. 253.

1658-02

Cocquius, A. Theologiae praxis. De ware practycque der Godt-geleertheit. Utrecht 1658.

* Citeert op p. 813 De Brune.

1658-03

Weeckelijcke courante van Europa/Oprechte Haerlemse Courant, 12 november 1658.

* ‘Tot Amsterdam, by Jan van Duysbergh, Boeckverkooper op den hoeck van de Stilsteegh, achter het Stadthuys, is ghedruckt en werdt uytghegheven, [...] Item, Bancket-werck van goede Ghedachten, door de Heer Johan de Brune; Raedt-pensionaris van den E: Hove van Zeelandt. In 12. [...].’

1660-01

Oosterwyck, V. van. Het Mom-Aensigt Van De Doodt Afgetrocken, Ofte Bewys-Redenen Dat een Christen voor de Doodt niet en heeft te vreesen: By maniere van een t' samen-sprekingh tusschen Titum, en Timotheum. Door V.v. Oosterwyck. Rotterdam, Arnout Leers, 1660. (Utrecht, AB: F.oct.2039).

* Verwijst in de voetnoten 8 maal met zeer uitvoerige citaten naar Banket-werk, en 1 maal naar de Emblemata, nl. op fol. A4r, A6r, E1v, E2r, E4v, F3v, F4r, F8v en H1v.

1660-02

Boëtius, G. De prophetische duyve met een olijf-taxken. Dl. 1. Leeuwarden 1660.

* Citeert op p. 120 De Brune.

1666-01

D[issel]B[urgh], D[irck] A[driaensz] v[an]. De CL Text-psalmen des konincklijcken Propheten Davids [...]. Tot Delf, By Anthony van Heusden, Anno 1666. (Amsterdam, OB: TB 206 B 19).

* Tot Delff, Gedruckt by Cornelis Maertensz Blommesteyn, Ao 1667. Op fol. 4r wordt de psalmbewerking van ‘de Heer Bruyne in Zee-landt’ genoemd. In het lofdicht: ‘Dien Bruno in Zeelant’, waarmee De Brune en niet Bruno bedoeld kan zijn.

1666-02

Simonides, S. Noodige boetsprake. 's-Gravenhage 1666.

* Citeert op p. 61 en 290 De Brune.

1668-01

Catalogus van de naer-gelaten boecken, van Zalr. Zacharias Rooman, bestaende in veelderhande talen en faculteyten, soo gebonden als ongebonden, als-mede sijne sorteringe by hem gedruckt. Die verkocht sullen werden met den stocke, aen den meest-biedende, ten huyse van de Weduwe en Erfgenamen, op den 24. Julij 1668. Middelburg, de Weduwe en Erfgenamen van Zalr. Zacharias Rooman, woonende op den Burght, 1668. (Wolfenbüttel, HAB: Bc Kapsel 7(11)).

* Bij de boeken ‘Theologici in Octavo’ worden genoemd op A1v nr. 41 ‘Psalmen de Bruyne’, op A2r nr. 51 (2x) ‘Grontsteen van een vaste regeeringe’; nr. 116 ‘Ziel-gerechten/ Jan de Bruyne’ en nr. 138 ‘Psalm-boeck de Bruyne’, op A2v nr. 155 ‘Gront van een vaste Regeeringe’; nr. 164 ‘Gront van een vaste Regeeringe’, 193 ‘Ziel-gerechten/ Jan de Bruyne’, 214 ‘Spreucken Salomons de Bruyne’ en nr. 230 nogmaals een ‘Psalmboeck de Bruyne’. Bij de Theologici in Duodecimo staat op B1v onder nr. 121 ‘Psalmen de Bruyne’; nr. 205 ‘Ziel gerechten de Bruyne’. Bij de Miscellanei in Octavo staat onder nr. 76 ‘Bancket werck de Bruyne/ 1. en 2. Deel’; nr. 96 is een ‘Zeeuwsche Nachtegael’. De Miscellanei in Duodecimo vermelden onder nr. 15 ‘Spreeck-woorden/ J. de Bruyne’; nr. 138 ‘C. Huygens/ledige uyren’. Bij de ongebonden theologische boeken bevindt zich nr. 79 en 324 ‘J. de Bruyne Ziel gerechten/ in 8’, nr. 220, 229 en 468 ‘Psalmen Davids/ de Bruyne/ in 8’, nr. 314 ‘Psalmen de Bruyue[sic]/ en Dat. in 12’. Bij de Miscellanei Boecken onder nr. 17 ‘Spreeck-woorden J. de Bruyne/ in 12’, nr. 110 ‘Hemels-feest de Bruyne’, nr. 123 een ‘Zeeuwsche Nachtegael/ in 16’, nr. 263 ‘Satyra/ of kostelijck Mal aen J. Cats/ in 4’, nr. 264 ‘Zeeuwsche Nachtegael/ in 4’, nr. 265 ‘Grondtsteen van een vaste Regeeringe J. de Bruyne’, nr. 352 ‘Bancket Werck de Bruyne/ eerste en tweede deel/ in 8’.

1669-01

Witz, Hermannus. Twist des Heeren. Met sijn wyngaerdt, [...] bepleydt door -. Leeuwarden 1669. (Amsterdam, UB-VU: XI 06555).

* Citaat uit Banket-Werk op p. 321, uit Embl. op p. 395.

Dit werk is herhaaldelijk herdrukt, maar die herdrukken zijn niet verder verwerkt omdat geen aaneensluitende reeks gevonden is.

1673-01

Triglandius, Jacobus, Abrahamus Heydanus & Johannes Coccejus. [Consilium over De Brunes psalmvertaling]. In: Johannes Coccejus. Opera omnia theologica. Operum Johannis Coccei [...] tomus sextus. Amstelodami 1673 [Afd.] Consilia, p. 3-4. (Amsterdam, UB: 245 A 6).

[p. 233]
* Consilium Anno Christi 1651. die 11. Novemb.

1677-01

Cocquius, A. Theologia practica. De werckige Gods-geleertheydt. Vlissingen 1677.

* Citeert op p. 55, 64, 88 en 116 De Brune.

1679-01

Pars posterior Bibliothecae variorum & insignium librorum, theologicorum & miscellaneorum [...] D. Gisberti Voetii. Utrecht 1679.

* Van De Brune: Psalmen Davids.

1681-01

Visscherus, Johannes. Hemelsche zielen-vanghst [...]. Amsterdam 1681. (Amsterdam, UB: 347 B 8).

* Citeert ook De Brune een en ander maal: Banket-werk p. 41-45, 71, 134, 290; Embl. p. 177.

1686-01

Ghysen, Hendrik. Den hoonig-raat der psalm-dichten, ofte Davids psalmen [...]. t'Amsterdam 1686. (Amsterdam, OB: TB 208 A 16).

* De Brune wordt genoemd in de Voor-reeden, fol. *3r; de uitgave t'Amsterdam 1708 heeft die Voor-reden niet.

1689-01

Cocceius, Johannis. Opera omnia theologica, exegetica, didactica, polemica, philologica, 120 circiter tractatibus (...) Johannis Cocceius. Editio secunda, ab inumeris mendis (...). Francofurti ad Moenum, Typis & impensis Balthasaris Christophori Wustii, 1689. 7 delen. (Utrecht, AB: ligkast 6: 19).

* Tomvs sextvs, Afd. 7, Consilia, p. 1, bevat het advies over De Brunes Psalmvertaling van 11 november 1651.

1690-01

Bizot, [Pierre]. Medalische historie der republyk van Holland. [Vert. d. Joachim Oudaan Fransz.]. Amsterdam 1690. p. 202-203. (Middelburg, ZB: 1045 D 12).

* Op de hier aangehaalde pagina's komt de naam van De Brune niet voor, al is hij de auteur van de tekst van een hier besproken munt uit 1651. Zie over deze munt: 1974-02 Van der Meer. Zie verder 1040 en 1726-01 en 1825-02.

1694-01

De Magistraet der Stadt Middelburgh, die geregeert hebben sedert anno 1560. Middelburgh 1694. (Middelburg, ZB: 1108 C 46).

* Bij de jaren 1634 t&m 1638 wordt ‘Johan [ook: Iohan en Ian] de Bruyne’ genoemd bij de ‘Raden’.

1696-01

Smallegange, M. Nieuwe cronyk van Zeeland. Dl. 1. Middelburg 1696. (Utrecht, AB: S.fol.1506).

* fol. Ee2r: bij de Zeeuwse geleerde mannen: ‘Johan de Brune, geboren binnen Middelburg, en aldaer eerst Secretaris van sijn Vaderlijke Stad, ten laesten Raed-Pensionaris van de Heeren Staten van Zeeland, heeft geschreven, seer heerlijke Poemata, aengenaem Banket-werk, Spreek-woorden, &c.’;
fol. Nn3v: In de lijst raadpensionarissen: ‘Mr. Iohan de Brune, den 16 Augusti, 1649. tot sijn overlyden in 't jaer 1658. was te voren Secretaris.’
fol. Nn5r): In de lijst secretarissen: ‘Mr. Iohan de Brune, (voorheen Griffier ter Rekenkamer) den 12 April, 1644. tot den 16 Augusti, 1649. daer na Raed-Pensionaris.’
Ook op p. 488 en 707 wordt De Brune genoemd: de eerste maal als familielid van Johan le Sage; de tweede maal als echtgenoot van Maria de Vroe.

1698-01

Benthem, Henrich Ludolff. Holländischer Kirch- und Schule-Staat. 2 dln. in 1 bd. Franckfurt usw. 1698. (Amsterdam, UB: 1753 J 23).

* Over De Brunes psalmbewerkingen p. I 318-319.

1700-01

Moonen, A. Poëzy. Amsterdam, François Halma; Utrecht, Willem vande Water, 1700. (Utrecht, AB: Z.qu.134).

* Op p. Mmmm 1v een opdrachtgedicht ‘Aen den heer Aelbrecht Munning’, hem aangeboden samen met een exemplaar van De Brunes Banket-werk.

1717-01

[Royen, J. van ]. W. Sluiters Eenzaam Buitenleven met aantekeningen en zinnebeelden verrykt. Benevens zijne Vreugde- en liefdezangen [en zijn Eenzaam huis- en winterleven]. Amsterdam 1717. (Amsterdam, UB: 1073 G 21).

* Over de toewijzing aan Van Royen zie: C.M. Geerars. ‘Willem Sluiters “Eenzaam buitenleven” geëmblematiseerd.’ In: NTg 49 (1956), 166-168. Geerars noemt De Brune niet, maar Van Royen heeft blijkbaar overvloedig uit De Brune geput. Zie ook 1930-01.

1720-01

Tuinman, Carolus. De oorsprong en uitlegging van dagelyks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden [...]. [Eerste deel]. Middelburg 1720.

* fol. 4r: Johan de Brune.
[p. 234]

1722-01

[Heussen, H.F. van]. Oudheden en gestichten van Zeeland: behelzende de oudheden, opkomsten, en benaamingen van de eylanden onder Zeeland behoorende, en van de Steden en Dorpen, in die eylanden gelegen: beneffens de Stichtingen der geestelijke Gebouwen, Kerken, Abdyen, Kloosteren, Kapellen: de Kerk- en Klooster-oversten, geleerde Mannen, enz. Uyt het Latijn vertaald, en met Aantekeningen opgehelderd door H.V[an] R[ijn]. Leiden, Christiaan Vermey, 1722. 2 dln. (Utrecht, AB: H.oct.58).

* In dl. 1 op p. 180 De Brune genoemd als secretaris en raadpensionaris, en als auteur van het Banket-werk.
Op p. 203, n. 21, De Brune genoemd i.v.m. auteurschap van de Byvoegzels in de kroniek van Reigersberg; H.v.R. acht deze niet van de hand van De Brune, maar van die van Zacharias Roman (zie 1022).

1726-01

Loon, Gerard van. Beschryving der Nederlandsche Historipenningen: of beknopt Verhaal van 't gene sedert de Overdracht der heerschappye van Keyzer Karel den Vyfden op Koning Philips Zynen Zoon, Tot het sluyten van den Uytrechtsen Vreede, In de zeventien Nederlandsche Gewesten is voorgevallen. Gedaan en opgesteld door Gerard van Loon. 's Graavenhaage, Christiaan van Lom, Isaac Vaillant, Pieter Gosse, Rutger Alberts, Pieter de Hondt, Dl. 2. 1726. (Utrecht, AB: H.G. fol. 31, 1-4).

* Op p. 362 verslag van het beëindigen der Grote Vergadering van 1651, plus een weergave van het ontwerp van De Brune voor een gedenkpenning t.g.v. die vergadering. Zie hierover 1040, 1825-02 en 1974-02.

1726-02

Tuinman, Carolus. De oorsprong en uitlegging van dagelijks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden. Middelburg 1726. (Middelburg, ZB: 1102 C 16).

* De Brune fol. *6r Voorreden.

1730-01

Huydecoper, B. Proeve van Taal- en Dichtkunde. In Vrymoedige Aanmerkingen op Vondels Vertaalde Herscheppingen van Ovidius waar achter volgen eenige Byvoegsels en Verbeteringen, een kort Bericht wegens de letter Y, en twee Bladwijzers. Amsterdam: E. Visscher, J. Tirion, 1730. (Utrecht, AB: Moltzer 1 K 10).

* Voor de woordverklaringen wordt o.m. gebruik gemaakt van De Brunes Emblemata. Op p. 407-408 i.v. ‘wielingen’; p. 499 i.v. ‘reden’; p. 540 i.v. ‘engenisse’.

1732-01

Le Long, Isaac. Boek-zaal der Nederduytsche Bybels [...]. Amsterdam 1732. (Amsterdam, UB: Inst. 113).

* p. 771: Proverbia of de Spreuken van Salomon, Middelburg, Moulert, 1619 (zie 1001).

1734-01

La Ruë, Pieter de. Geletterd Zeeland, verdeeld in drie afdeelingen, bevattende in zig de Schryvers, Geleerden en Kunstenaars, uit dien Staat geboortig. met bygevoegd Levensverhaal der Voornaamsten onder dezelve. Samenvergaderd en in orde geschikt door Pieter de la Ruë. Middelburg: Michiel Schryver, 1734. (Utrecht, UB: Biohis. K 21-175).

* Op fol. **3v, vs. 21-24, De Brune vermeld in het drempeldicht van Jacobus Willemsen.
Op p. 20-23 (+ noot op p. 341) biografie en bibliografie van De Brune.

1737-01

Koelman, J. Natuur en kentekenen van de liefde tot den H. Jezus. 3e dr. 's Gravenhage: Gerardus Winterswyk, 1737. (Utrecht, AB: EAG 418 con).

* p. 126: ‘Alleen wenste ik van de geparaphraseerde en uytgebreyde Psalmen by ons gebruykelyk, Dat heen waren uyt onze kerk, en dat geen andere gezongen wierden, dan die den text zuyverlyk en enke-
[p. 235]
lyk bevatteden, gelyk Johan de Bruyn, Raadpensionaris van Zeeland, die al over veertig jaaren heeft in druk gegeven’ (zie 1035).

1739-01

Andriessen, A. ‘Naamlyst der genen, die alle Psalmen van David in Nederlandtsche Dichtmate overgebragt hebben’. In: Maandelyke Uittreksels 49 (sept. 1739), p. 295-315. (Utrecht, AB: 89 zz Boek odr).

* De Brune (nr. 7 en 8) op p. 302-303.

1741-01

La Ruë, Pieter de. Geletterd Zeeland: verdeeld in drie afdeelingen, bevattende in zig de Schryvers, Geleerden en Kunstenaars, uit dien Staat geboortig, met bygevoegd Levensverhaal der Voornaamsten onder dezelve door Pieter de la Ruë. Tweede druk, met eenige noodige Veranderingen en ettelyke Vermeerderingen; zynde hieragter ook geplaatst de Byschriften op de Groote en Smalle steden van Zeeland. Middelburg, M. en A. Callenfels, 1741. (Utrecht, UB: Biohis. K 21-174).

* De regels over De Brune in het drempeldicht van Willemsen staan nu op fol. **4v, r. 21-24. De bio- en bibliografische informatie over De Brune staat nu op p. 41-46, en is verbeterd, en uitgebreid. [Een andere uitgave op groter papier, gedateerd 1742, verscheen eveneens bij Callenfels.]

1744-01

[Le Long, Isaäc]. Bibliotheca selectissima, Sive Catalogus librorum [...] // Een uitgezochte Bibliotheeck van de allerraarste Boecken [...]. Amsterdam 1744.

* Het ex. Amsterdam UB 2581 D 21 is gezet in een band met op de rug: ‘Catalogus bibliotheek Isaac Lelong’; dit ex. bevat in margine prijzen. Bij de ‘Libri in octavo & minori forma’: p. 14: De Spreuken Salomons / uyt de Hebreeusche in de Nederd. Tale overgheset... Middelb. by Simon Moulert 1619. in 8.; p. 107: Item [=De Psalmen Davids] Sangs-wijse / sonder Rhym / door Johan de Brune. Middelb. by Zach. en Mich. Roman 1644. Dito tweede Druk, verbetert / en de Psalmen van Datheen tegens overgestelt. Amst. by Theunis Jacobsz. 1650. in 12.; p. 222: Banketwerk van goede gedagten. Middelb. 2 delen in een. in 8.; Zielgeregten. Leeuw. 1660; 't zelfde / waar agter Poirters-masker [sic] van de Wereld. J. en L.v. Bos. Kerkgeheymenis. Dord. 1662. in 8. 1660.

1750-01

Gool, Johan van. De nieuwe schouburg der Nederlantsche kunstschilders en schilderessen [...]. 'sGravenhage 1750. (Middelburg, ZB: 1085 A 13-1).

* Over ‘Afbeeltsel’ van Johan de Brune door Willem Eversdyk p. 43.

1750-02

Jöcher, Christian Gottlieb. Allgemeines Gelehrten Lexicon, Darinne die Gelehrten aller Stände sowohl männ- als weiblichen Geschlechts (...) in alphabetischer Ordnung beschrieben werden. Heraus gegeben von Christian Gottlieb Jöcher. Bd. 1. Leipzig 1750.

* Kol. 1421 ‘de Brunes, oder Bruno’. Contaminatie van de Oude en de Jonge. [Reprint 1960].

1751-01

Hedendaagsche historie, of tegenwoordige staat van alle volkeren, vervolgende de beschrijving der Vereenigde Nederlanden, dl. 11-22 = Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden, dl. 1-12. Amsterdam, Isaak Tirion, 1739-1772. 12 dln. Dl. 9: Behelzende eene beschryving van Zeeland. Met eene kaart, Plans van Steden en kunstige Printverbeeldingen versierd. 1751. (Utrecht, AB: I.oct.111-122; reprint 's-Gravenhage 1969).

* p. 59, over Raadpensionaris De Brune: ‘Deeze was een zeer geleerd Man en goed Digter, van welken veele braave Werken het ligt zien.’

1756-01

Andriessen, Andreas. Aanmerkingen op de Psalmberymingen van Petrus Dathenus in welke uit het algemeen gebrek van taal- en dichtkunde, onheblyke wantaal van Psalm tot Psalm voorkomende, en ongelykvormigheidt aan den text derzelver onbestaanbaar Gebruik, en Noodtzaaklykheidt der Veranderinge vertoont en aangedrongen wordt. Door Andreas Andriessen, Predikant te Vere. Middelburg, Louis Taillefert, Dz. / Amsteldam, Dirk onder de Linden, 1756. (Utrecht, AB: 129 D 5).

* Op fol. ***4r-v een deel aangehaald uit De Brunes voorrede bij zijn Psalmvertaling 1644. Op p. 13-15 nogmaals een (uitgebreidere) aanhaling uit dezelfde voorrede.
Op p. 169-205 een ‘Naamlyst dergenen, die de Psalmen van David in Nederlandtsche Dightmaat gebragt hebben’; De Brune genoemd als nr. 10 en nr. 11, op p. 182-184.

1762-01

Beredeneert vertoog over de noodzaaklykheid en de beste wyze eener veranderinge of verbeteringe in de Psalmberyminge [...]. Rotterdam 1762. (Amsterdam, OB: TB 205 A 22).

* p. 15 Johan de Brune. Zie ook 1763-01 en 1764-02.

1763-01

Vulder, Albert de. Onzydige en zeedige aanmerkingen; [...] Strekkende zoo wel tot ophelderinge en bevestiginge, als tot weerlegginge van het Beredeneert vertoog [...]. Rotterdam 1763. (Amsterdam, OB: TB 205 A 22.

* Johan de Brune: p. 7, 35, 52 (hier: ‘het sieraad van 't geletterd Zeeland’). Zie ook 1762-01.

1764-01

Le Long, Isaac. Boek-zaal der Nederduitsche Bybels [...]. 2e uitg. Hoorn 1764 [2 dln., doorgepagineerd]. (Middelburg, ZB: 1090 E 6).

[p. 236]
* p. 771: Proverbia, of de Spreuken van Salomon. Middelburg, Simon Moulert, 1619. 8o (zie 1001).

1764-02

Andriessen, Andreas. Bedenkingen op het Beredeneerd vertoog, over de noodzakelykheid en beste wyze ener veranderinge of verbeteringe in de thans in gebruik zynde psalmberyminge, [...]. Middelburg [1764]. (Amsterdam, OB: TB 208 B 38.).

* p. 33 Johan de Brune. Zie ook 1762-01.

1765-01

Paquot, [J.N.]. Mémoires pour servir à l'histoire littéraire des dix-sept provinces des Pays-Bas, de la Principauté de Liège, et de quelques contrées voisines. Tome 1. Louvain 1765. (Utrecht, AB: C.oct.135).

* Op p. 227-229 bio- en bibliografische gegevens over De Brune.

1766-01

Probus. Vertoog over het nuttig Gebruik en ontstichtend Misbruik van het psalm-gezang in den openbaaren Godsdienst der Protestanten. Met eene vergelyking van de oude en hedendaagsche berymingen der Psalmen [...]. Amsterdam M.DCC.LXVI. (Amsterdam, OB: TB 212 G 7).

* fol. A r: ‘J. de Bruine’ wordt genoemd.

1767-01

Cats, Jacob. De Gedichten, van de Heer Jacob Cats, die in zyn Werken niet gevonden worden. Als meede Alle de Lof- en Rouw-Gedichten, en Graf-Schriften, op de Heere Jacob Cats. Leyden, Hendrik van der Deyster, 1767. (Utrecht, AB: 132 B 14 con).

* Op p. 11: Aen-spraecke Aen den Overleden Heer Mr. Johan de Brune.

1769-01

Cats, Jacob. Nuttelyck Huys-Boeck. Beneevens alle de overgebleven gedichten. Leyden, Hendrik van der Deyster, 1769. (Middelburg, ZB: 1086 A 21).

* Op p. 264: Aen spraecke aen de overleden heer Mr. Johan de Brune.

1770-01

[Wagenaar, J.] Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen der [nu] Vereenigde Nederlanden, inzonderheid die van Holland, van de vroegste tyden af uit de geloofwaardigste schryvers en egte gedenkstukken samengesteld, met konstplaaten en kaarten opgehelderd. Tweede druk. Dl. 12. Amsterdam, Wed. Isaak Tirion, 1770. (Utrecht, AB: S.oct.256). [1e dr. Amsterdam, 1752-1759.]

* Op p. 148, in het verslag van de Grote Vergadering van 1651, wordt vermeld welke last de raadpensionaris Joan de Brune kreeg.

1770-02

Broeckhoff, J.P. Dicht- en zedekundige zinnebeelden en bespiegelingen. Versiert met een-en-vyftig koperen plaaten. Amsterdam 1770. (UB-A: 605 H 21).

* Citeert de Brune op p. 9 en 65.

1774-01

J.H.H. ‘Redevoering over de Nederduitsche welsprekendheid en dichtkunde.’ In: Letteroefeningen [...] Diligentiae omnia. Amsterdam 1744. p. 285-322. (Amsterdam, UB: 308 E 25).

* De Brune p. 292.

1777-01

Iperen, Josua van. Kerkelyke Historie van het Psalm-Gezang der Christenen: van de dagen der apostelen af, tot op onzen tegenwoordigen tyd toe; en inzonderheid van onze verbeterde nederduitsche Psalmberyminge: uit echte gedenkstukken saamgebragt door Josua van Iperen. Dl. 1. Amsterdam, Wed. Loveringh en Allart, 1777. (Utrecht, AB: H qu. 79).

* Op p. 174-176, 182 en passim bespreking van De Brunes Psalmvertaling.

1779-01

Gravezande, Adrianus 's. De Unie van Utrecht herdacht, in eene kerkrede over Ps. CXXXIII:1b. Benevens eenige Geschiedkundige bijvoegselen, betreffende Het Ontzet der Stad Leyden (...) ten grooten deele uit echte ongedrukte stukken te saam gebragt door Adrianus 's Gravezande. Middelburg, Pieter Gillissen, 1779. (Utrecht, AB: H.oct.601).

* Op p. 74 over ‘de Bruijne’ en op p. 252 biografische informatie over Willem Roelsius. Hij is de aangehuwde grootvader ‘van den beroemden Johan de Bruine’ over wie vervolgens verdere biografische informatie wordt verstrekt.

1779-02

Schultens, Henricus Albertus. Oratio de studio Belgarum in literis Arabicis excolendis. Lugduni Batavorum 1779. p. 27. (Amsterdam, UB: 1720 C 3).

1781-01

H.Z. Het schouwtooneel van deugden en gebreeken, beschouwende de staat des menschelyke levens, in dichtmaat voorgesteld. Met Plaaten. Amsterdam, Johannes Sluyter en zoon, 1781. (Amsterdam, UB: 2007 C 15).

[p. 237]
* Ex.: LBU/KUN: Rar. LMY H. Z 1. Voorin zit een strookje uit een antiquariaatscatalogus(?): ‘RARE. 73 emblematical poems, 12 of which with a plate. - Cf. Landwehr [1970] 67’. - Uit een aantekening in potlood voorin ontcijfer ik het volgende: Glasgow UB [...] Maxw. Library bezit ex. van 1770 (A'd Anton Eichorn). Deze uitgave (1781) is een titeluitgave van de druk 1770.
De illustraties lijken vervaardigd van de platen van De Brunes Emblemata.

1782-01

Huydecoper, B. Proeve van taal- en dichtkunde [...]. 2e dr. door F. van Lelyveld. Dl. 1. Leyden 1782. p. 80, 349. (Amsterdam, UB: O 81-39 (ook: 610 C 31)).

1784-01

Huydecoper, B. Proeve van taal- en dichtkunde [...]. 2e dr. door F. van Lelyveld. Dl. 2. Leyden 1784. p. 24, 463, 464. (Amsterdam, UB: O 81-40 (ook: 610 C 32)).

1787-01

Kok, Jacobus. Vaderlandsch woordenboek. 2e dr. Dl. 8. Amsterdam 1787. p. 1109. (Amsterdam, UB: Bibl.inf. 949.20R).

1788-01

Huydecoper, B. Proeve van taal- en dichtkunde [...]. 2e dr. door F. van Lelyveld. Dl. 3. Leyden 1788. p. 127, 236. (Amsterdam, UB: O 81-41 (ook: 610 C 33)).

1797-01

Engelen, E. ‘Eenige zaaklyke vergelykingen, tusschen de oude, en hedendaagsche dichters.’ In: Nieuw algemeen magazijn, van wetenschap, konst en smaak 4/2 (1797), p. 901-928. (Amsterdam, UB: Z 7495).

* De Brune p. 921.

1799-01

Chalmot, J.A. de. Biographisch woordenboek der Nederlanden: Bevattende de Levensbeschrijvingen van voorname Staatsmannen, Krygshelden, Geleerden in allerleije vakken van Wetenschappen, Digters, Schilders en andere Konstenaren en verder, Zodanige Personen, die door de ene of andere daad, zig beroemd, of aan den Vaderlande verdienstelijk hebben gemaakt veelal verzeld van hunne Karakterschetzen, zeldzame Anekdoten die men elders te vergeefs zal nasporen, onpartijdige beoirdeling hunner Daden, optelling hunner Schriften, en aanwijzing der Schrijvers welke van hun gehandeld hebben. Opgemaakt (...) door J.A. de Chalmot. Dl. 5. Amsterdam, Johannes Allart, 1799. (Utrecht, AB: B.oct.1251).

* Op p. 68-70 bio-bibliografische informatie over De Brune.

1805-01

Scheltema, Jacobus. Staatkundig Nederland: een woordenboek tot de biographische kaart van dien naam. Dl. 1. Amsterdam 1805.

* Op p. 180 biografische informatie over De Brune.

1808-01

Scheltema, Jacobus. Anna en Maria Tesselschade, de dochters van Roemer Visscher. Amsterdam 1808.

* Op p. 45-46 wordt de Wetsteen toegeschreven aan De Brune de Oude. Op p. 163 de dwaling rechtgezet, maar: ‘daar de geest van de Wetsteen, van het werk, Jok en Ernst, en zijne gedichten, bij elkander uitgegeven, alle overeenkwamen met den geest van de geschriften bij De la Rue [...] aan den Raadpensionaris toegeschreven, zag ik geenen genoegzamen grond, om van mijne opvatting af te gaan.’

1808-02

Vries, Jeronimo de. ‘Antwoord op de vraag: Welke zijn de vorderingen [...].’ [Dl. 1]. In: Werken der Bataafsche Maatschappij van taal- en dichtkunde 3 (1808).

* De Brune p. 187-189.

1809-01

‘Werken der Bataafsche Maatschappij van Taal- en Dichtkunde. IIIde Deel. Zijnde het Antwoord op de Vraag: Welke zijn de vorderingen [...]? Door Jeronimo de Vries.’ In: Algemeene Vaderlandsche Letter-oefeningen 1809, Ie stuk, p. 107-118.

* Bespreking van 1808-02. De Brune wordt genoemd op p. 113.
[p. 238]

1810-01

Vries, Jeronimo de. Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde. Dl. 1. Amsterdam 1810.

* Op p. 187-188 De Brune geroemd, vooral als schrijver van zinnebeelden. [2e dr.: 1835-02].

1821-01

Kampen, N.G. van. Beknopte geschiedenis der letteren en wetenschappen in de Nederlanden van de vroegste tijden af, tot op het begin der negentiende eeuw. Dl. 1. 's-Gravenhage 1821.

* Op p. 202-203 De Brune kort vermeld als schrijver van zinnebeelden; tevens zijn Psalmvertaling en Banket-werk genoemd. Zie ook dl. 3 (1826-01).

1821-02

Witsen Geysbeek, P.G. Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Dl. 1. Amsterdam 1821.

* p. 440-442: genoemd als schrijver van de Emblemata en als Psalmvertaler. ‘Zijn Tafereel van de Liefde (in de Zeevsche Nachtegael) toont dat hij een regte misogamus moet geweest zijn.’

1824-01

Bowring, John and Harry S. van Dyk. Batavian anthology; or, Specimens of the Dutch poets; with remarks on the poetical literature and language of the Netherlands, to the end of the seventeenth century. London 1824.

* Ook verschenen: Groningen 1825. De Brune p. 205-209 [met tekst uit ‘Veirzjes’ van Jan de Brune de Jonge!]

1825-01

Bowring, John and Harry S. van Dyk. Batavian anthology; or, Specimens of the Dutch poets; with remarks on the poetical literature and language of the Netherlands, to the end of the seventeenth century. Groningen 1825.

* Ook verschenen: London 1824. De Brune p. 205-209 [met tekst uit ‘Veirzjes’ van Jan de Brune de Jonge!]

1825-02

Collot d'Escury, H. baron. Holland's roem in kunsten en wetenschappen. 2e dr. Dl. 2. 's-Gravenhage/Amsterdam 1825.

* Op p. 89 wordt over de ‘Groote Vergadering’ van 1651 vermeld dat ‘De Brune, een man van veel geleerdheid en smaak’ het voorstel voor het slaan van een penning had gedaan; zijn ontwerp stemde overeen met dat van Cats; het zijne was echter al gereed en werd gebruikt (zie 1040).
De Brune genoemd op p. 234, als een (evenals Cats) ‘geletterde raadpensionaris’.

1826-01

Kampen, N.G. van. Beknopte geschiedenis der letteren en wetenschappen in de Nederlanden [...]. Dl. 3. Byvoegsels en reg. p. 346.

* Zie ook Dl. 1 (1821-01), p. 202.

1826-02

Siegenbeek, Matthijs. Beknopte geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem 1826.

* Op p. 131-132 informatie over De Brune, genoemd als schrijver van de Berijmde keurspreucken van Salomon en de Emblemata, en als Psalmvertaler.

1826-03

Wiselius, S.I.Z. De tooneelspeelkunst, inzonderheid met betrekking tot het treurspel [...]. Amsterdam 1826. p. 39-40.

1827-01

‘De gouden eeuw is niets anders dan de (denkbeeldige) herinnering aan een verlaten land, doch hetwelk nog het voorwerp is eener tedere gehechtheid.’ In: De Echo, aan leering en gezellig onderhoud gewijd ([1827]), no. 2, p. 43-48.

* ‘De titel van het Sinnewerck van Johannes de Brune (1589-1658): “Tot uijt-druckinge en verbeteringhe van verscheijden feijlen onzer eeuw,” geeft genoeg te kennen wat in dat werk te vinden is, zonder dat wij dit door proeven behooren te betoogen. -’

1828-01

Keur van Nederlandsche letteren. [Eerste jaargang], deel 9, nr. 49. Amsterdam [1828].

[p. 239]
* Enige biografische gegevens op p. 4. Teksten merendeels ontleend aan Emblemata (zie 1064).

1829-01

Bowring, John. Iets over de Hollandsche taal- en letterkunde. Leeuwarden 1829. p. 42.

1830-01

Feller, F.X. de. Geschiedkundig woordenboek, of beknopte levensbeschrijvingen van mannen, die van het begin der wereld tot op onzen tijd, zich door vernuft, begaafdheden, deugden, dwalingen of misdaden beroemd of berucht gemaakt; [...]. Naar het Fransch. [...] Dl. 5. 's-Hertogenbosch 1830. p. 465.

1835-01

Kampen, N.G. van. Handboek van de geschiedenis der letterkunde bij de voornaamste Europische volken in nieuwere tijden. Dl. 3. Haarlem 1835. p. 66-67.

1835-02

Vries, Jeronimo de. Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde. 2e dr. Dl. 2. Amsterdam 1835.

* De tekst op p. 37-38 is gelijk aan die van de 1e dr. (1810-01).

1837-01

Bibliotheca Hulthemiana ou catalogue méthodique de la riche et précieuse collection des livres et des manuscrits délaissés par Ch. van Hulthem. Gand 1836-1837. 5 vols.

* In de collectie-Van Hulthem, nu op de Koninklijke Bibliotheek Albert I te Brussel, bevinden zich uit de bibliografie nr. 1008: de Zeeusche Nachtegael 1623 (nr. 23916); nr. 1055: de Emblemata, uitgave Latham (24406); nr. 1011: 2 exx. van Valerius (26425 en 26427) en nr. 1022: 2 exx. van Eyndius (29102 en 29103).

1839-01

Broes. ‘Hoe toch heeft de psalmberijming van Datheen nog een anderhalve eeuw na de Dordrechtsche Synode zich staande gehouden, en dat wel tegen over de vijf en twintig nieuwe, doorgaans betere berijmingen?’ In: Maandschrift voor Christenen van den beschaafden stand 3 (1839), 545-569.

* p. 550 Johan de Brune.

1840-01

Jager, A. de. ‘Bijdragen tot de kennis der Nederduitsche spreekwoorden [I].’ In: Taalkundig magazijn 3 (1840), p. 83-128.

* Nieuwe wyn en Banket-werk op p. 89.

1843-01

Biographie universelle ou dictionnaire de tous les hommes qui se sont fait remarquer par leurs écrits, leurs actions, leurs talents, leurs vertus ou leurs crimes, depuis le commencement du monde jusqu'à ce jour; [...]. Par une Société de Gens de Lettres. Tome 1. Bruxelles 1843. p. 198.

1850-01

Willems, J.F. ‘Bijlage V’. In: Reinaert de Vos. Episch fabeldicht van de twaelfde en dertiende eeuw. Met aenmerkingen en ophelderingen van J.F. Willems. 2e dr. Gent: F. en E. Gyselynck, 1850.

* Bijlage V, ‘Nederlandsche Spreekwoorden van den vos, den wolf, enz.’: op p. 298-300 spreekwoorden uit J. de Brunes Nieuwe wyn, 1636. [Nog niet in de eerste druk van 1834; niet meer in de ‘Ooievaar’-uitgaven van 1958 en 1970].

1851-01

D[am van] N[oordeloos?], V[an]. ‘[Over Johan de Brune]’. In: De Navorscher 1 (1851), p. 132.

* Ontwart De Brune de Jonge en de Oude die door Kramm verward worden in dezelfde jaargang.

1851-02

K[obus], J.C. ‘[Over Johan de Brune]’. In: De Navorscher 1 (1851), p. 131-132.

* Ontwart De Brune de Jonge en de Oude die door Kramm verward worden in dezelfde jaargang.

1851-03

Kramm, C. ‘[Over Johan de Brune]’. In: De Navorscher 1 (1851), p. 68-69.

* Beschouwt het oeuvre van De Oude en De Jonge als van één persoon.

1852-01

Alberdingk Thijm, J.A. Gedichten uit de verschillende tijdperken der Noord- en Zuid-Nederlandsche literatuur. Dl. 2. Amsterdam 1852. p. 214-215, 219, 257-260.

[p. 240]

1853-01

[Bell, R.]. ‘Bloemlezing uit de werken van Johannes de Brune.’ In: De Vriend van armen en rijken. 2e dr. 1853, nr. 29.

* Exemplaar UB Leiden 1203 G 26 met opdracht ‘door den schrijver R. Bell’ (zie 1066).

1853-02

L. ‘[Korte gemengde bijdrage].’ In: De Navorscher 3 (1853) 98.

* Tekst sluit af met: ‘Ik voeg er toe dat de “Bijvoegselen” [scil. “op de “Chronyk van Zeeland” van J. van Reigersbergen”] in de uitgave van 1634 voorkomende, niet zoo als sommigen meenen, van Johan de Brune zijn, maar deels van Adriaan Roman, Stads-Boek-drukker te Haarlem’.

1853-03

Muller, Frederik. Beschrijvende catalogus van 7000 portretten van Nederlanders [...]. Amsterdam 1853. nr. 776-778, met verbetering op p. 395.

* [Reprint 1972].

1854-01

Alberdingk Thijm, Jos. Alb. De la littérature néerlandaise, à ses différentes époques. Amsterdam 1854. p. 143, 158.

1854-02

Kobus, J.C. en W. de Rivecourt. Beknopt biographisch handwoordenboek van Nederland [...]. Dl. 1. Zutphen 1854. p. 279.

1855-01

Aa, A.J. van der. Biographisch woordenboek der Nederlanden [...]. Dl. 2, 4e stuk. Haarlem 1855. p. 1509-1511.

* Verschillende uitgaven, al dan niet gedateerd en in verschillende formaten, onder verschillende hoofdredacties, zoals: G.D.J. (in reprint C.D.J.) Schotel, of: A.J. van der Aa, K.J.R. van Harderwijk en G.D.J. Schotel. De reprint, in 7 bd., Amsterdam 1969, bevat misleidende montages van oorspronkelijke titelbladen.

1855-02

Kramm, C. ‘Berijmde vertalingen der Psalmen’. In: De Navorscher 5 (1855), p. 119.

* Noemt van De Brune de uitgave Middelburg 1644.

1855-03

T.+B. ‘Berijmde vertalingen der Psalmen’. In: De Navors cher 5 (1855), p. 119-120.

* Noemt op p. 119 twee uitgaven: Amsterdam 1644 (er is alleen een Middelburgse druk uit dat jaar bekend: zie 1030) en Amsterdam 1650.

1860-01

Bennink Janssonius, R. Geschiedenis van het kerkgezang by de hervormden in Nederland. Arnhem 1860. p. 149-150.

* [2e dr.: 1863-01].

1860-02

Nagtglas, F. De algemeene kerkeraad der Nederduitsch-Hervormde gemeente te Middelburg van 1574 - 1860. Middelburg 1860. p. 75.

* In de ‘Naamlijst der ouderlingen’ op p. 75 wordt Johan de Brune genoemd in de jaren 1628 t&m 1632.

1860-03

Visscher, L.G. Leiddraad tot de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Utrecht 1860. p. 202.

* [1e dr. Utrecht 1857].

1861-01

‘Geschiedenis der psalmberijming bij de hervormden in Nederland’. In: De Katholiek 40 (1861), p. 84-123.

* p. 96 noemt de beide bewerkingen van De Brune.

1863-01

Bennink Janssonius, R. Geschiedenis van het kerkgezang by de hervormden in Nederland. 2e dr. Amsterdam 1863. p. 147.

* [1e dr.: 1860-01].

1864-01

Heremans, J.F.J. Nederlandsche dichterhalle. Bloemlezing uit de Nederlandsche dichters van de vroegste tyden onzer letterkunde tot op onze dagen [...]. Dl. 2. Gent 1864.

* De Brune p. 544; ‘De neuswyze weetal’ p. 231-233; fragment Embl. XXXIX p. 519.

1866-01

Lantsheer, M.F. Zelandia illustrata. [...]. Afl. 1. Middelburg 1866. p. 84, 108, 110, 114.

* Zie ook 1867-02.

1866-02

Snellaert, F.A. Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. 4e verm. dr. Gent-Utrecht 1866. p. 177.

[p. 241]

1867-01

Hofdijk, W.J. Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde voor gymnasiën en zelf-onderricht. 4e dr. Amsterdam: Gebr. Kraay, 1867.

* De Brune op p. 252 als navolger van Cats genoemd.

1867-02

Lantsheer, M.F. Zelandia illustrata. [...]. Afl. 2. Middelburg 1867. p. 348.

* Zie ook 1866-01.

1869-01

Everts, W. Geschiedenis der Nederlandsche letteren. Een handboek voor gymnasiën en hoogere burgerscholen. Dl. 2. Amsterdam 1869. p. 74.

1869-02

Vloten, J. van. Bloemlezing uit de Nederlandsche dichters der zeventiende eeuw. Arnhem 1869.

* Op p. 196-198 korte biografische informatie plus werk van De Brune; m.n. zijn Emblemata genoemd. Zie ook 1870-03.

1869-03

Geschiedenis der christelijke kerk in Nederland, in tafereelen. O.r.v. B. ter Haar en W. Moll. Dl. 2. Amsterdam 1869. p. 105.

* Noemt psalmbewerking van De Brune.

1870-01

Harrebomée, P.J. Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal. Dl. 3. Amsterdam 1870.

* Nieuwe wyn, Middelburgh 1636. p. 451. [Reprint Amsterdam 1980.]

1870-02

Muller, F. De Nederlandse geschiedenis in platen. Beredeneerde beschrijving van Nederlandsche historieplaten, zinneprenten en historische kaarten. Verzameld, gerangschikt, beschreven door F. Muller. Dl. 1 (jaren 100 tot 1702). Amsterdam 1863-1870. Nrs. 1652, 1679.

* Reprint Amsterdam 1970.

1870-03

Vloten, J. van. Bloemlezing uit de Nederlandsche prozaschrijvers der zeventiende eeuw. Arnhem 1870.

* p. 299-325 bloemlezing uit werk van De Brune, met op p. 299 nog wat beknopte informatie, aansluitend bij de Bloemlezing 1869-02; als andere werken nog genoemd Ziel-gerechten, Nieuwe wyn, en Banket-werk (zie 1073).

1870-04

Doorninck, J.I. van. Bibliotheek van Nederlandsche anonymen en pseudonymen. 's-Gravenhage enz. 1870. kol. 120, 192.

* Noemt onder nr. 1153 Reigersberghs Cronyck van Zeeland uit 1654 en vermeldt dat de bijvoegsels daarbij vaak ten onrechte aan De Brune worden toegeschreven. Onder nr. 1825 worden de Grond-steenen van 1621 en 1661 genoemd.

1871-01

Vloten, J. van. Beknopte geschiedenis der Nederlandsche letteren van de vroegste tijden tot op heden. 2e verm. dr. Tiel 1871. p. 252-253.

* [3e dr. 1885-02]

1873-01

Kramm, C. ‘[Over Jan Sweelinck]’. In: De Navorscher 23 (1873), p. 349.

* Jan Sweelinck, kunstgraveur, versierde o.a. J. de Brune, Emblemata, 1624.

1873-02

Suringar, W.H.D. Erasmus over Nederlandsche spreekwoorden en spreekwoordelijke uitdrukkingen. Utrecht 1873.

* Nieuwe wyn nr. 79 en p. 508. Zie ook register.

1874-01

Schotel, G.D.J. Vaderlandsche volksboeken en volkssprookjes [...]. 2 dln. Haarlem 1874. Dl. 2, p. 168, 169, 171.

* [Reprint Arnhem 1975].

1875-01

Album studiosorum Academiae Lugduno Bataviae MDLXXV-MDCCCLXXV. Accedunt nomina curatorum et professorum per eadem secula. Hagae Comitum: apud Martinum Nijhoff, 1875.

* Kol. 84 rectore Petro Pavio II. 1606: ‘Nov. 24 Johannes de Bruine Middelburgensis. 18, P.’ [P = Philosophiae].

1876-01

Regt, J.W. Neêrlands beroemde personen, naar hunne geboorteplaatsen [...]. Nieuwe uitg. Arnhem-Nijmegen 1876. p. 314.

[p. 242]

1876-02

Vloten, J. van. Beknopte geschiedenis der nieuwe letteren. 2e uitg. Amsterdam [1876].

* De Brune genoemd op p. 343, 344; op p. 345 als schrijver van Banket-werk en Nieuwe wyn.

1877-01

Alberdingk Thijm, P.P.M. Spiegel van Nederlandsche letteren. 3 dln. in 2 bd. Leuven 1877. Dl. 1, p. 158.

1877-02

Zeegers, L.Th. Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. 5e verm. dr. Amsterdam 1877. p. 79.

1877-03

Catalogue de la bibliothèque de F.J. Fétis acquise par l'Etat Belge. Paris 1877.

* In deze collectie, nu in de Koninklijke Bibliotheek Albert I te Brussel, bevinden zich bibliografie nr. 1030: 2 exx. van de Psalmen van 1644 (1487 en 1489); nr. 1036: de Psalmen van 1650 (1494) en nr. 1039: de Psalmen, uitgegeven door Cel-Born in Schiedam in 1651 (1495).

1878-01

Franken Dz., D. Adriaen van de Venne. Amsterdam 1878.

* Emblemata p. 110, nr. 14.

1878-02

Huberts, W.J.A., W.A. Elberts en F.Joz.P. van den Branden. Biographisch woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandsche letterkunde. Deventer 1878.

* Op p. 73 zeer beknopte biografische, en beperkte bibliografische informatie. Als werken genoemd: Emblemata, Nieuwe wyn, Psalmen.

1879-01

Lantsheer, M.F. en F. Nagtglas. Zelandia illustrata. Verzameling van kaarten, portretten, platen enz., betreffende de oudheid en geschiedenis van Zeeland, toebehoorende aan het Zeeuwsch genootschap der wetenschappen. Dl. 1. Middelburg 1879.

* De Brune genoemd op p. 84 (ontwerper legpenning 1652); p. 108; p. 110; p. 114; p. 348.

1880-01

Aarsen, A. ‘[Over Johan de Brune]’. In: De Navorscher 30 (1880), p. 514.

* Over beide De Brunes, en ‘Brunaeus’ = De Jonge.

1880-02

F.H.R.V. ‘Vraag naar De Brune’. In: De Navorscher 30 (1880), p. 190.

* Vraag naar de identiteit van een of meer De Brune(s).

1880-03

Goovaerts, Alphonse. Histoire et bibliographie de la typographie musicale dans les Pays-Bas. Anvers 1880.

* Beschrijft onder nr. 687 (p. 373) een uitgave van de Psalmen bij Roman in Middelburg in 1644, waarvan de titelpagina blijkbaar niet overeenkomt met een van de teruggevonden edities: ‘... van woord tot woord overgeset, (in gemeeten onrym) ....’ Onder nr. 756 (p. 385) wordt de editie van de Psalmen bij Theunis Jacobsz uit 1650 beschreven.

1881-01

Franken Dz., D. L'Oeuvre gravé des Van de Passe. Amsterdam-Paris 1881.

* Embl. algemeen p. 290-291, no. 1361, p. [XXXIX]. Schrijft aan W. van de Pas toe: Embl. III, XVIII, XL ‘et d'autres non signées’. Reprint hiervan: Amsterdam: Knuf, 1963.

1883-01

Catalogus der bibliotheek van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Middelburg 1883. p. 463, 472, 496.

1883-02

Haller, Joseph. Altspänische Sprichwörter und sprichwörtliche Redensarten [...]. Regensburg 1883. 2 dln.

* Nieuwe wyn dl. 2, p. 172.

1883-03

Doorninck, J.I. van. Vermomde en naamlooze schrijvers opgespoord op het gebied der Nederlandsche en Vlaamsche letteren. Tweede uitgave der ‘Bibliotheek van anonymen en pseudonymen’. Dl. 1: Schuilnamen en naamletters. Leiden 1883. kol. 270, 420, 568.

* Ongewijzigde herdr. Amsterdam 1970. Vermeld worden resp. J.D.B.J.C. waaronder De Brune de Grond-steenen publiceerde in 1621; Nec spe nec metu; Spe et metu.

1884-01

Dielitz, J. Die Wahl- und Denksprüche [...]. Frankfurt a/Main 1884.

* Noemt op p. VII een uitg. van Emblemata ‘Heidelberg 1659’.
[p. 243]

1884-02

Weenink, A. Gulden woorden uit de eeuw van Frederik Hendrik. Groningen 1884. p. 11, 14, 19, 26, 36, 37, 58, 59.

1884-03

Rietstap, J.B. Armorial général précédé d'un dictionnaire des termes du blason. Tome I. 2ième ed., refondue et augmentée. Gouda 1883. p. 318.

* Genoemd wordt een wapen van de Zeeuwse familie De Brune: ‘D'azur à trois cloches d'or’.

1885-01

J.A. ‘[Bespreking van een plaats uit Banket-werk.]’. In: De Navorscher 35 (1885), p. 228-229.

1885-02

Vloten, J. van. Beknopte geschiedenis der Nederlandsche letteren van de vroegste tijden tot op heden. Een lees- en handboek voor Hoogere Burger- en andere scholen, en alle verdere belangstellenden. 3e, verm. en verb. dr. Tiel 1885.

* De Brune genoemd op p. 254 als medewerker aan de Zeeusche Nachtegael; op p. 255-256 hijzelf en zijn Emblemata genoemd, en een oordeel over zijn schrijftrant. [2e dr. 1871-01].

1885-03

Scheltema, J.H. ‘Verzameling van liedboekjes aanwezig ter Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage’. In: J.H. Scheltema. Nederlandsche liederen uit vroegeren tijd. Leiden 1885. p. 304.

* Onder nr. 30 wordt beschreven Huygens' Ses Boecken van de Leedighe uren, 1634 (= 1019). Het lofdicht daarin van De Brune wordt vermeld.

1885-04

Catalogus der bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden. 2e gedeelte. Drukwerken 1e dl. Leiden 1885.

* Van De Brune worden de volgende werken genoemd: kol. 169 en 336: Nieuwe wijn, Middelburg 1636 (= 1023); kol. 189: Emblemata, Amsterdam, Latham (= 1055); Ziel-gerechten, Leeuwarden 1660 (=1051); kol. 240: de Psalmen, Middelburg 1644 (= 1030), Middelburg 1662 (= 1056) en Amsterdam 1650 (= 1036); kol. 224-225: de bloemlezing van R. Bell (= 1066); kol. 657: Banket-werk, Middelburg 1660, 2 dln (= 1049-1050). Zie ook 1887-02.

1886-01

Kobus, J.C. en W. de Rivecourt. Biographisch woordenboek van Nederland [...]. Nieuwe uitgave. Dl. 1. Arnhem-Nijmegen 1886.

* Op p. 279 beknopte bio-bibliografische informatie; van de Emblemata wordt gezegd: ‘vol fraaije platen, zeer belangrijk voor de kleding en gewoonten dier dagen’.

1886-02

Molenaar, A.M. ‘[Bespreking van een plaats uit Banket-werk.]’. In: De Navorscher 36 (1886), p. 49-50.

1887-01

Molenaar, A.M. ‘[Bespreking van een plaats uit Banket-werk.]’. In: De Navorscher 37 (1887), p. 374.

1887-02

Catalogus der bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden. Dl. 2. 2e afd. Drukwerken, bewerkt door Louis D. Petit, 2e gedeelte; 3e afd. Nederlandsch tooneel, bewerkt door Th.J.I. Arnold, met supplement bewerkt door Louis D. Petit. Leiden 1887.

* Van De Brune worden de volgende werken genoemd: kol. 148: Grond-steenen, Gorinchem 1661 (= ?) en de 2e druk daarvan, eveneens Gorinchem 1661 (= 1053). Zie ook 1885-04.

1888-01

Molenaar, A.M. ‘[Bespreking van een plaats uit Banket-werk.]’. In: De Navorscher 38 (1888), p. 586.

1888-02

Nagtglas, F. Levensberichten van Zeeuwen. Zijnde een vervolg op P. de La Rue, Geletterd, staatkundig en heldhaftig Zeeland. Afl. 1. Middelburg 1888. p. 86.

* Zie ook 1890-02.

1888-03

Zeeman, C.F. Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, benamingen en volksuitdrukkingen, aan den bijbel ontleend. 2e goedkoope uitgave. Dordrecht 1888.

* Voorrede d.d. ‘November 1874’. ‘De Brune 1636’ p. 24 en passim.

1889-01

‘[Bespreking van een plaats uit Zinnewerk.]’ In: De Navorscher 39 (1889), p. 656.

1889-02

GIBO. ‘[Verwijzing naar Emblemata.]’ In: De Navorscher 39 (1889), p. 416.

1890-01

Molenaar, A.M. ‘[Bespreking van twee plaatsen uit Banketwerk.]’. In: De Navorscher 40 (1890), p. 109.

1890-02

Nagtglas, F. Levensberichten van Zeeuwen. Zijnde een vervolg op P. de La Rue, Geletterd, staatkundig en heldhaftig Zeeland. Dl. 1. Middelburg 1890. p. 86.

* Zie ook 1888-02; dl. 2: 1893-01.

1890-03

Worp, J.A. ‘Jan de Brune de Jonge’. In: Oud-Holland 8 (1890), p. 81-103.

* De Brune de Oude genoemd op p. 81, 86, 91; op p. 100-101 weergave van een brief van Franciscus Junius aan De Brune de Oude.
[p. 244]

1891-01

Frederiks, J.G. en F. Jos. van den Branden. Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. 2e omgew. dr. Amsterdam [1891]. p. 129.

1891-02

Muller, J.W. ‘Spreektaal en schrijftaal in het Nederlandsch.’ In: Taal en letteren 1 (1891) 196-232 met toev. ibid. 285-286.

* Ook in: J.W. Muller. Verspreide opstellen. Haarlem 1938. p. 1-52 met toev. op p. 52-54. De Brune resp. p. 231 en p. 51.

1893-01

Nagtglas, F. Levensberichten van Zeeuwen. Zijnde een vervolg op P. de La Rue, Geletterd, staatkundig en heldhaftig Zeeland. Dl. 2. Middelburg 1893. p. 479, 926.

* Dl. 1: 1888-02 en 1890-02.

1894-01

Frederiks, J.G. ‘Mr. Johan de Brune, de Oude. Pensionaris van Middelburg, geb. 1588, overl. 1658.’ In: Nederlandsche Leeuw 12 (1894) 10, kolom 140-143.

1896-01

Frederiks, J.G. ‘De Zeeusche Nachtegael (1623).’ In: Oud-Holland 14 (1896), p. 19-35, 76-91.

* De Brune p. 25. Reprint in: Zeeland Documentair 1 (1979-1981), nr. 4/5 (januari 1981), p. VII 9 - VII 25.

1897-01

Brink, Jan ten. Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. [...] Geïllustreerd onder toezicht van J.H.W. Unger. Amsterdam 1897.

* Op p. 467 (hier afgedrukt het portret van De Brune) informatie over de psalmvertaling van Westerbaen ‘die hem (W.) bovendien in polemiek wikkelde, omdat hij zijne voorgangers, de beide Zeeuwen, Johan de Brune en Boey, had gelaakt’.

1897-02

Moes, E.W. Iconographia Batava [...]. Amsterdam 1897. p. 137.

* ‘1. Door W. Eversdyck. 1656 (Th. Matham sc.); 2. Door Arn. v. Halen, miniatuur. Was in het Panpoeticon Batavum’.

1897-03

Rijn, G. van. Atlas van Stolk. Katalogus der historie-, spot- en zin- neprenten betrekkelijk de geschiedenis van Nederland verzameld door A. van Stolk Cz. [...]. Dl. 2. Amsterdam 1897.

* De Brune p. 190 nr. 1704: een gedicht van De Brune bij een prent uit 1629 (= Muller 1652), Sege teecken opgerecht ter onsterffelicker eere en lof vande doorluchtige ende hoochgeboren vorst Frederick Hendrick (zie 1014); p. 197 nr. 1731: een gedicht van de Brune bij een prent uit 1631 (= Muller 1679), Gods banniere, op gherecht ter ghedachtenisse vande wonderbaerlicke victorie te water verkreghen den 13 September 1631 (zie 1015).

1899-01

Kesteloo, H.M. ‘De stadsrekeningen van Middelburg V, 1600-1625.’ In: Archief 8 (1899), 1e stuk, p. 41-120.

* Op p. 61: Mr. Joannes de Bruijne werd betaald als Schepen in 1625, als Raad in 1624.

1899-02

Vries, A.G.C. de. De Nederlandsche emblemata. Geschiedenis en bibliographie tot de 18de eeuw. Amsterdam 1899. Proefschrift Amsterdam.

* Embl. p. 82 en p. LXVIII-LXIX nr. 115-117; Embl. XXVIII ill. [Reprint Utrecht 1976].

1900-01

Catalogue des livres parémiologiques composant la bibliothèque de Ignace Bernstein. Tome premier: A-M. Varsovie 1900. nr. 776.

[p. 245]
* Onder nr. 776 wordt in deze catalogus van spreekwoordenverzamelingen De Brunes Nieuwe wyn beschreven, editie Middelburg, Roman, 1636.

1900-02

Kesteloo, H.M. ‘De stadsrekeningen van Middelburg VI, 1626-1650.’ In: Archief 8 (1900), 3e stuk, p. 1-96.

* p. 17: ‘Aan Paulus Jansz. Seroeskerke, Mr. Johan de Brune, Adriaan van Bullestraten en Mr. Johan Luycx, als wijkmeesters, werd £ 432 betaald “om te verstrecken aen de aennemers van 't schoonmaken van stadsstraten”. [...] De vier wijkmeesters kregen ieder £ 8:6:8 voor traktement in 1629.’
p. 27: nr. 12: Mr. Johannes of Johan de Brune. Schepen: 1627, 28. Raad: 1626, 29, 34, 35, 36, 37, 38. Tresorier: 1635, 38.
Werd griffier der Rekenkamer van Zeeland.
p. 79: Bruyne (Brune) De, Mr. Johan, werd Rekenmeester van Zeeland, 1638.

1901-01

Kalff, G. Studiën over Nederlandsche dichters der zeventiende eeuw. Haarlem 1901. 2 dln.

* De Brune genoemd in dl. 1 op p. 131 en 183. [2e dr. 1915-02].

1901-02

Kesteloo, H.M. ‘De Kerkelyke rekeningen van Middelburg 1613-1672.’ In: Archief 8 (1902), 4e stuk, p. 137-175.

* p. 137: Joannes de Brune kerkmeester 1624, 28.
p. 152: De pensionaris De Brune betaalt in 1649 voor ‘een enkel wapen’ in de Nieuwekerk.
p. 155: Juffr. le Sage in leven vrouw van Johan de Bruyne betaalt in 1657 voor ‘een enkel wapen’ in de Fransche kerk; 1658, Erfgenamen Joh. de Bruine, voor een ‘enkel wapen’ in de Nieuwekerk.

1902-01

Duyser, J.L. Ph. Overzicht van de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde en van hare hoofdvormen in proza en poëzie. 5e dr. Groningen 1902.

* p. 154: noemt De Brune met Simon van Beaumont en Adriaan Poirters als navolgers van Cats samen de ‘Dordsche dichtschool.’ [7e dr. 1907-01].

1904-01

Cock, A. de en Is. Teirlinck. Kinderspel en kinderlust in Zuid-Nederland. Dl. 4. Gent 1904. p. 157.

* Over ‘een touwter touw’; Embl. XXXV.

1904-02

Kalff, G. ‘Huiselijk en maatschappelijk leven.’ In: Amsterdam in de zeventiende eeuw. Door A. Bredius, H. Brugman, G. Kalff e.a. 's-Gravenhage 1901-1904. Dl. 2.

* Met als enige bronvermelding ‘1624’ (en tweemaal 1626) tal van illustraties die ontleend zijn aan Embl.: XIII p. 34, LI p. 53, XXXII p. 56a, IV p. 56b, XXVIII p. 57a, XX p. 57c, II p. 64, XXIX (‘1626’) p. 77, XLIV (‘1626’) p. 105.

1907-01

Duijser, J.L. Ph. Overzicht van de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde en van haar hoofdvormen in proza en poëzie. 7e dr. Groningen 1907. p. 160.

* [5e dr. 1902-01].

1907-02

Langeraad, L.A. van. ‘Brune, Johan de’. In: Het Protestantsche vaderland. Onder red. van J.P. de Bie en J. Loosjes. Utrecht 1907.

* [Dl. 1 van Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden.] Informatie over De Brune op p. 684-685. ‘24 Nov. 1606
[p. 246]
vinden we hem als student in de philosophie te Leiden ingeschreven (cf. Alb. Stud., kol 84: 24 Nov 1606 Johannes de Bruine Middelburgensis. 18 p.)’.

1908-01

Winkel, J. te. De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Dl. 2. Haarlem 1908.

* p. 48, beknopte informatie over De Brune, genoemd als medewerker aan de Zeeusche Nachtegael; p. 301 genoemd als Psalmvertaler.

1908-02

Bertrand, Ord. Cap., Pater. ‘Banket-Werk’, in: Biekorf, dat is een leer- en leesblad voor alle verstandige Vlamingen 19 (1908) 305-312.

* Geeft een karakteristiek van De Brune en diens Banket-werk van 1657 waaruit uitgebreid geciteerd wordt. Schrijft in een noot op p. 312 ook de Wetsteen der vernuften toe aan de protestant, hetgeen met ‘hier en daar uit zijn werk [kan] verstaan’.

1909-01

B.H. ‘[Bespreking van een plaats uit Nieuwe Wyn]’. In: De Navorscher 58 (1909), p. 338.

1909-02

H. ‘[Selectie spreekwoorden uit Nieuwe Wyn in oude Le'erzacken, 1636]’. In: De Navorscher 58 (1909), p. 336-337.

1909-03

Kalff, G. Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Dl. 4. Groningen 1909.

* p. 389: De Brune genoemd als medewerker aan de Zeeusche Nachtegael.

1909-04

Meier, John. ‘Deutsche und Niederländische Volkspoesie. III: Sprichwörter.’ In: Grundriss der Germanischen Philologie. Ed. Hermann Paul. 2. verb. und verm. Aufl. 2. Bd., 1. Abt.: Literaturgeschichte. Strassburg 1901-1909. S. 1258-1281.

* Nieuwe wyn op p. 1265.

1910-01

Kalff, G. Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Dl. 5. Groningen 1910.

* p. 31-37 vrij uitgebreide bio-bibliografische beschrijving van De Brune; verder genoemd op p. 42, 44, 45.

1911-01

Catalogus der handschriften [van de] Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Dl. IV, 1/2. Amsterdam 1911.

* Dl. IV, 1, p. 56: 6 brieven van Johan de Brune aan G.J. Vossius (Middelburg 18.10.1646) en M. Vossius (30.06.1641, X Kal. Febr. 1642, rest z.p. z.j.). Dl. IV, 2, p. 51: een groot aantal brieven aan Johan de Brune van F. Junius (1), G.J. Vossius (4) en M. Vossius (12).

1912-01

Scheurleer, D.F. Nederlandsche liedboeken. Lijst der in Nederland tot het jaar 1800 uitgegeven liedboeken. Samengesteld onder leiding van D.F. Scheurleer. 's-Gravenhage 1912.

* Zie ook 1923-04 voor Supplement. Ongewijzigde herdruk met een voorwoord van Rudi Rasch, Utrecht 1977.
Genoemd worden de volgende drukken en exemplaren: p. 15: Psalmen (Amsterdam, Th. Jacobsz, 1650 = 1036, in de Toonkunstbibliotheek, en: Schiedam, Th. Cel-Bom, 1651 = 1039, in de collectie-Fétis, KB Brussel); p. 56: Psalmen (Middelburg, Roman, 1644 = 1030, Amsterdam, Th. Jacobsz, 1650 = 1036, en: Middelburg, H. Smidt en P. van Goethem, 1662 = 1056, alle drie in UB Leiden); p. 149: Zeeusche Nachtegael, de drukken van 1623, 1632, 1633 (alle drie in KB Den Haag) en 1651 (in UB Leiden).

1913-01

Eymael, H.J. ‘De lofdichten van J. Cats, J. de Brune en I. Luyts op Huygens' Costelick mal en Voorhout.’ In: TNTL 32 (1913) 223-238.

* Taalkundige bespreking van de lofdichten.

1913-02

Knuttel, J.A.N. Proza uit de 17e eeuw. Amsterdam 1913.

* De Brune p. XI-XII; bloemlezing uit Banket-werk p. 1-20 (zie 1077).

1914-01

B[urger, C.P.]. ‘Een Vondelhandschrift ontdekt!’ In: Het Boek, Tweede Reeks 3 (1914), p. 409.

* Brieven van Vossius aan De Brune vertaald door Vondel.

1914-02

Eck Jr., P.C. van. ‘Inleiding’. In: Oudhollandse levenswijsheid. Verzameld en toegelicht door P.C. van Eck Jr. Deventer 1914.

* De Brune genoemd in de inleiding op p. III en op p. V: teksten gehaald uit Banket-werk en Emblemata; bloemlezing op p. 19-32.

1914-03

Knuttel, J.A.N. Bloemlezing uit Nederlandsche schrijvers sinds de renaissance. Dl. 1. Amsterdam 1914.

* Bloemlezing uit Banket-werk p. 220-223; beknopte inleiding op p. 220 (zie 1078).

1914-04

Kleerkooper, M.M. & W.P. van Stockum Jr. De boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17e eeuw. Biographische en geschiedkundige aanteekeningen verzameld door M.M. Kleerkooper aangevuld en uitgegeven door W.P. van Stockum Jr. Dl. 1. 's-Gravenhage 1914. Bijdragen tot de geschiedenis van den Nederlandschen boekhandel, X. p. 347, 697.

[p. 247]
* Als enige titel van Abraham Latham wordt vermeld De Brunes Emblemata (p. 347). De ‘emblemata van de Bruyn in fo. met de plaeten’ worden op 9 januari 1683 bij notariële akte verkocht door Susanna Veselaers, weduwe van Jan Jacobsz Schipper (p. 697). [dl. 2: 1916-01].

1915-01

Bredius, A. Künstler-Inventare. Urkunden zur Geschichte der holländischen Kunst des XVIten, XVIIten und XVIIIten Jahrhunderts. 1. Teil. Haag 1915.

* Bij ‘Nachlass-Inventar von Cornelis Dusart’ wordt op p. 53 vermeld: ‘de Bruine's Banketwerk (Zuckerwerk)’.

1915-02

Kalff, G. Studiën over Nederlandsche dichters der zeventiende eeuw: Vondel-Cats-Huygens-Hooft-Camphuysen. 2e, herz. dr. Haarlem 1915.

* Op p. 178 De Brune genoemd, als schrijver van lofdicht op Costelick Mal. [1e dr. 1901-01].

1915-03

Stempel, Bertha M. van der. ‘Het onlangs gevonden proza-handschrift van Vondel’. In: Het Boek, Tweede Reeks 4 (1915), p. 49-59.

* p. 51-54: brieven van Vossius aan De Brune, en v.v. Ze schrijven elkaar aan met ‘cousijn’ en ‘neve’.

1915-04

Worp, J.A. (red.). De briefwisseling van Constantijn Huygens (1608-1687), uitgeg. door J.A. Worp. Dl. 4: 1644-1649. 's-Gravenhage 1915. RGP, 24.

* Op p. 22 is onder nr. 3656 een brief van De Brune opgenomen d.d. 4 augustus 1644 (origineel UB Leiden) waarin hij Huygens een exemplaar van de Psalmen aanbiedt. Op p. 203-204 onder nr. 4103 een brief d.d. 6 september 1645 (origineel op de Kon. Academie), waarin De Brune mededeelt dat hij aan een nieuwe uitgave van de Psalmen werkt.

1916-01

Kleerkooper, M.M. & W.P. van Stockum Jr. De boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17e eeuw. Biographische en geschiedkundige aanteekeningen verzameld door M.M. Kleerkooper aangevuld en uitgegeven door W.P. van Stockum Jr. Dl. 2. 's-Gravenhage 1916. Bijdragen tot de geschiedenis van den Nederlandschen boekhandel, X. p. 1306.

* Afgedrukt wordt de requeste d.d. 9 maart 1643 van De Brune aan de Staten van Holland voor zijn psalmvertaling. In een noot worden vijf edities opgesomd: Middelburg, Roman, 1644 (zie 1030); Amsterdam, Th. Jacobsz, 1650 (twee edities; zie 1035, 1036); Schiedam, Th. Cel-Bom, 1651 (zie 1039); Middelburg, Smidt en Van Goethem, 1662 (zie 1056). [dl. 1: 1914-04].

1916-02

Prinsen J. Lzn., J. Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis. 's-Gravenhage 1916.

* De Brune genoemd op p. 335; korte karakteristiek op p. 336; schrijver van Banket-werk en Emblemata. [2e dr. 1920-01; 3e dr. 1928-01].

1916-03

Worp, J.A. (red.). De briefwisseling van Constantijn Huygens (1608-1687), uitgeg. door J.A. Worp. Dl. 5: 1649-1663. 's-Gravenhage 1916. RGP, 28.

* Op p. 247 onder nr. 5439 is een brief van de Brune afgedrukt d.d. 6 december 1655 (origineel Huisarchief Koningin), waarin hij mededeelt bezig te zijn aan een boek (waarschijnlijk het Banket-werk). Op p. 271 onder nr. 5503 een briefje in het Latijn van 8 augustus 1656 (Huisarchief Koningin) over de voogdij over de jonge
[p. 248]
prins. Op p. 286 onder nr. 5536 een kattebelletje d.d. 23 maart 1657 (Huisarchief Koningin) waarin hij Huygens het ‘bijgaande boek’ aanbiedt ‘dat zoo langhe onder de persse geweest heeft’, waarmee ongetwijfeld het Banket-werk bedoeld is.

1916-04

Vooys, C.G.N. de. Historische schets van de Nederlandsche letterkunde voor schoolgebruik en hoofdakte-studie. 8e dr. Groningen 1916.

* De Brune genoemd op p. 48. [9e dr. 1917-01].

1917-01

Vooys, C.G.N. de. Historische schets van de Nederlandsche letterkunde voor schoolgebruik en hoofdakte-studie. 9e dr. Groningen enz. 1917.

* De Brune genoemd op p. 48. [27e dr. 1961-05; 28e dr. 1963-02; 29e dr. 1965-04; 31e dr. 1971-08; 32e dr. 1980-06].

1918-01

Lecoutere, C. Schets van den ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Brussel 1918. p. 76.

1918-02

Zuidema, E. ‘Brune, Johan de.’ In: P.C. Molhuysen en P.J. Blok. Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Dl. 4. Leiden 1918.

* Uitgebreide bio-bibliografische informatie in kol. 333-334. [Reprints: Leiden 1964, Amsterdam 1974].

1919-01

Bosch, J.H. van den en C.G.N. de Vooys. Letterkundig leesboek. Deel 1. Groningen-Den Haag 1919.

* Banket-werk p. 257-260. [2e dr. 1926-01].

1920-01

Prinsen J. Lzn., J. Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis. 2e herz. dr. 's-Gravenhage 1920. p. 339-340.

* [1e dr. 1916-02].

1921-01

Eck, P.L. van. ‘Een en ander uit (de) 17e eeuws(ch)e Nederlandse emblemata.’ In: Morks magazijn 44 (1921) 1: p. 169-178, 246-252; 2: p. 13-24, 65-72.

* De Brune 1: 170; 2: 67-69. Embl. X p. 67, Embl. III p. 68.

1921-02

K[oopmans], J[an]. ‘[N.a.v. C.H.O.M. von Winning. Johan de Brune de Oude. Groningen 1921].’ In: NTg 15 (1921), p. 309-313.

* Recensie van de monografie van Von Winning (1921-04).

1921-03

Michels, L.C. ‘[Bespreking van C.H.O.M. von Winning. Johan de Brune de Oude. Groningen 1921].’ In: Ts. v. Taal en Letteren 9 (1921) 320-322.

* Recensie van de monografie van Von Winning (1921-04).

1921-04

Winning, C.H.O.M. von. Johan de Brune de Oude. Een Zeeuwsche christen-moralist en humanist uit de zeventiende eeuw. (Ed. C.G.N. de Vooys.) Groningen 1921.

* De standaard-monografie over De Brune. Recensies: 1921-02, 1921-03; zie ook 1927-02. [Reprint 1979-05].

1922-01

Heeringa, K. Het archief van de Staten van Zeeland en hunne gecommit-teerde raden 1574 (1578) - 1795 (1799). 's-Gravenhage 1922.

* p. 2-3, 62 Johan de Brune; p. 158, nr. 3188: ‘J. de Brune, secretaris 1644-1649, pensionaris 1649-1658. Ingekomen brieven, 1652-1658. 1 omslag’.

1923-01

Stoett, F.A. Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. Dl. 2. 4e dr. Zutphen 1923.

* Banket-werk p. 563; Embl. en Nieuwe wyn p. 565. [Ongewijzigde herdrukken vanaf 1943].

1923-02

Verdam, J. Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal. 4e dr., herz. d. F.A. Stoett. Zutphen 1923. p. 172.

1923-03

Winkel, J. te. Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. Dl. 1-2. Haarlem 1923. De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde, 2e dr., dl. 3-4.

* Op p. 344-345 van dl. 1 informatie over De Brune. In dl. 2 op p. 75 De Brune als psalmvertaler. [Reprint Utrecht/Leeuwarden 1973.]
[p. 249]

1923-04

Scheurleer, D.F. Nederlandsche liedboeken. Lijst der in Nederland tot het jaar 1800 uitgegeven liedboeken. Samengesteld onder leiding van D.F. Scheurleer. Supplement. 's-Gravenhage 1923.

* Zie ook 1912-01. Ongewijzigde herdruk met een voorwoord van Rudi Rasch, Utrecht 1977. Noemt op p. 6 dezelfde drukken en exemplaren als op p. 15 in 1912-01.

1924-01

Meertens, P.J. ‘Een onbekend “Appendix” op het “Bancket-werck” van Johan de Brune.’ In: Het Boek 13 (1924), p. 262-263.

1925-02

Vorrink, Joh. Levens en verhalen uit de Nederlandsche letteren. 's-Gravenhage [1925?]. p. 219-221.

1926-01

Bosch, J.H. van den en C.G.N. de Vooys. Letterkundig leesboek. Deel 1. 2e dr. Groningen-Den Haag 1926.

* Banket-werk p. 222-223 (minder dan in 1e druk: 1919-01).

1926-02

Buisman Jr., J.F. ‘Het appendix op De Brune's Banketwerk.’ In: Het Boek 15 (1926), p. 121.

1926-03

Wille, J. Heiman Dullaart. Zijn leven, omgeving en werk. Zeist 1926. p. 57.

1927-01

Brands, G.A. Bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers der zeventiende eeuw. Groningen-Den Haag 1927. Lyceum-herdrukken, 7.

* De Brune p. VI; Banket-werk p. 36-59. Zie 1079.

1927-02

Hauwaert, O. van. ‘Een zeventiende-eeuwer nader toegelicht.’ In: Album opgedragen aan Prof. Dr. J. Vercoullie. Dl. 2. Brussel 1927. p. 293-297.

* N.a.v. C.H.O.M. von Winning. Johan de Brune de Oude (1921-04).

1928-01

Prinsen J. Lzn., J. Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis. 3e dr. 's-Gravenhage 1928. p. 350.

* [1e dr. 1916-02].

1928-02

Verdenius, A.A. ‘Slaan en zalven’. In: NTg 22 (1928), p. 205-209.

* De Brune (‘Sant van Bijsterveld’ in Banket-werk) p. 206-207.

1928-03

Kempenaer, A. de. Vermomde Nederlandsche en Vlaamsche schrijvers. Vervolg op Mr. J.I. van Doorninck's Vermomde en naamlooze schrijvers, opgespoord op het gebied der Nederlandsche en Vlaamsche letteren. Leiden [1928]. kol. 535.

* Ongewijzigde herdr. Amsterdam 1970. Onder het trefwoord De Brune worden opgesomd: J.D.B.J.C.; Nec spe nec metu; Spe et metu.

1929-01

Itterzon, Gerrit Pieter. Franciscus Gomarus. 's-Gravenhage 1929. Proefschrift Leiden.

* p. 370 over Gomarus' De Euangelio Matthaei (zie hiervóór, nr. 1627-01), waarbij verwezen wordt naar diens Opera III 313-316: ‘De studie is opgedragen aan Joh. Brunaeus, juris utriusque doctor, senator te Middelburg’.

1930-01

Boas, M. ‘Pseudo-Aristotelische zedenspreuken.’ In: Het Boek 19 (1930), p. 359-375.

* De Brune p. 369. Het artikel gaat o.m. over ‘'s Menschen leven. Van de wieg tot het graf [incl. “De leermeester der zeden”]’ en ‘Zedelessen van Aristoteles [...]’ door A. Bógaert. Deze lastig te dateren uitgaven tellen onder de talloze parallelplaatsen uit antieke en moderne schrijvers, toegevoegd door R.v. L[euve] en J.v. R[oyen], vele verwijzingen naar De Brune, in hoofdzaak Banket-werk. Over deze uitgaven zie ook: M. Boas. ‘De leermeester der zeden.’ In: Het Boek 22 (1933/34) 289-293. Zie ook: 1717-01.

1930-02

Bonser, Wilfried and T.A. Stephens. Proverb literature. London [1930].

* Nieuwe wyn nr. 1879. [Reprint Nendeln/Liechtenstein 1967].

1930-03

Rombauts, Edward. Leven en werken van Pater Adrianus Poirters s.j. (1605 - 1674) [...]. Gent [1930]. p. 107, 133, 190-191, 204.

1931-01

Empel, M. van en H. Pieters. Zeeland door de eeuwen heen. Dl. 1. Middelburg 1931. p. 6.

* ‘In 1634 verscheen bij Zacharias Roman te Middelburg een tweede editie [van de kroniek van Reygersbergh], van bijvoegsels voorzien, die aan Jan de Brune worden toegeschreven.’

1931-02

‘Merkwaardige werken over gastronomie’. In: Het Boek, Tweede Reeks 20 (1931), p. 167.

[p. 250]
* In een Italiaanse catalogus is Banket-werk ondergebracht in de rubriek ‘Gastronomia’.

1931-03

Vooys, C.G.N. de. Geschiedenis van de Nederlandse taal in hoofdtrekken geschetst. Groningen enz. 1931. p. 64, 86.

1933-01

Proost, K.F. De bijbel in de Nederlandsche letterkunde als spiegel der cultuur. Dl. 2. Zestiende en zeventiende eeuw. Assen 1933. p. 189-190; 211-215.

1934-01

Verwey, Eleonore de la Fontaine. De illustratie van letterkundige werken in de XVIIIe eeuw. Bijdrage tot de geschiedenis van het Nederlandsche boek. Amsterdam 1934. Proefschrift Leiden.

* De Brune p. 15, 16, 91.

1935-01

Schretlen, M.J. ‘De Hollandsche boekillustratie uit het begin der zeventiende eeuw.’ In: Maandbl. voor beeldende kunsten 12 (1935), p. 323-330, 366-374.

* Embl. algemeen p. 330, 366; Embl. III p. 368, Embl. XXVIII p. 369, Embl. XLI p. 370.

1936-01

Meertens, P.J. ‘Godefridus Cornelisz Udemans.’ In: Ned. Arch. v. kerkgeschiedenis, N.S. 28 (1936), p. 65-106.

* De Brune p. 69. (Auctiecatalogus Udemans p. 68).

1937-01

Bruin, C.C. de. ‘Invoering en ontvangst van de Statenvertaling.’ In: De Statenvertaling 1637 - 1937. Haarlem 1937. p. 51-83.

* De Brune p. 62-65, 76.

1938-01

Roldanus, Cornelia W. Zeventiende-eeuwsche geestesbloei. Amsterdam 1938. Patria, 15. p. 38-40, 47, 67-68.

1938-02

Smilde, Hendrik. Jacob Cats in Dordrecht. Leven en werken gedurende de jaren 1623-1636. Groningen enz. 1938. Proefschrift Amsterdam-VU. p. 92.

1939-01

Praz, Mario. Studies in seventeenth-century imagery. Vol. one. London 1939. Studies of the Warburg Institute, 3. p. 78.

* Bijbehorende bibliografie: 1947-01 Praz.

1939-02

Thijssen-Schoute, C.L. Nicolaas Jarichides Wieringa. Een zeventiende-eeuws vertaler van Boccalini, Rabelais, Barclai, Leti e.a. Bevattende ook een onderzoek naar de vermaardheid dier schrijvers in Nederland. Assen 1939. Proefschrift Groningen. p. 25, 108.

1939-03

Zwaan, F.L. Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst. Groningen enz. 1939. p. 70-71.

1939-04

Grauls, Jan. ‘Uit Bruegels spreekwoorden.’ In: Jaarboek der Kon. Museums voor schoone kunsten van België 2 (1939), p. 91-107.

* Embl. XIX p. 97-98 en afb. 3. Zie 1957-01.

1941-01

Jager, Th. de. De ontwikkelingsgang van de taalkunst der Nederlanden. Beknopte schets. Rotterdam z.j. [1941]. p. 60, 67.

1941-02

Laan, K. ter. Letterkundig woordenboek. 's-Gravenhage enz. 1941.

* De Brune op p. 72. [2e dr. 1952-05].

1941-03

Michels, L.C. ‘Roskam.’ In: L.C. Michels. Bijdrage tot het onderzoek van Vondel's werken. Nijmegen enz. 1941. Proefschrift Nijmegen. p. 20-37.

[p. 251]
* Ook in: L.C. Michels. Filologische opstellen. Dl. 3. Zwolle 1961. p. 112-132. De Brune resp. p. 27 en p. 120-121.

1942-01

Meertens, P.J. ‘Adriaen Valerius' leven en werken’. In: Adriaen Valerius. Nederlandtsche gedenck-clanck. Herdrukt naar de oorspronkelijke uitgaaf van 1626. Ingel. en voorz. van biografische, taalkundige, historische en musicologische aanteekeningen door P.J. Meertens, N.B. Tenhaeff en A. Komter-Kuipers. Amsterdam 1942. p. V-XXII.

* De Brune op p. X. Zie 1080.

1943-01

Evers, Hans Gerhard. Rubens und sein Werk. Neue Forschungen. Brüssel 1943.

* Embl. XXXII (niet: XXII) p. 160, 231.

1943-02

Meertens, P.J. Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw. Amsterdam 1943. Proefschrift Utrecht.

* Uitgebreide bio-bibliografische informatie op p. 22, 23, 85, 94, 165, 172, 181, 192, 193, 207, 220, 231-232, 238, 240, 252, 305, 306-315, 356, 363, 371, 395-397, 402, 420, 421, 443, 444, 447, 452, 469, 477.

1943-03

Meertens, P.J. ‘Johan de Brune, de Oude. (1588-1658).’ In: Johan de Brune. Bancket-Werck van goede gedachten. Bloemlezing, samengest., toegel. en ingel. door P.J. Meertens. Amsterdam 1943. p. 5-7.

* Zie 1082 en 1083.

1943-04

Walch, J.L. Nieuw handboek der Nederlandsche letterkundige geschiedenis (tot het einde van de 19de eeuw). 's-Gravenhage 1943. p. 278.

* Onder ‘Jacob Cats en zijn school’ op p. 278 De Brune genoemd, die wel als Cats bespiegelend schrijft maar verder ‘zeer on-Catsiaansch, namelijk zeer pittig en kleurig.’ [2e dr. 1947-02].

1943-05

Woordenboek der Nederlandsche taal. Bronnenlijst. Bew. door C.H.A. Kruyskamp. 's-Gravenhage-Leiden 1943.

* De Brune p. 23. De volgende uitgaven worden vermeld: Nieuwe Wyn. Middelburg 1636 (aangehaald als Spreeckw.); Banket-werk van goede gedagten. 2 dln. Middelburg 1660 (aangehaald als Bank. 1 [1657]; 2 [1658]); Emblemata of Zinne-werck. 2e dr. Amsterdam 1661 (aangehaald als Embl. [1624]); De Grond-steenen van een vaste Re-geringe. 2e dr. Gorinchem 1661 (aangehaald als Grondst. [1621]); Davids Psalmen. 2e dr. Amsterdam 1650 (aangehaald als Ps.). ‘De dateering is vermeld bij die werken waarbij zij niet gelijk is aan het jaar van uitgave’ (Bronnenlijst p. V-VI).

1945-01

Vin, A. de. De Zeeuwse schrijver Johan de Brune en zijn vertalingen van Ronsard en Du Bartas. Leiden 1945.

* Opgave door auteur per brief najaar 1988. Doctoraalscriptie Leiden 1945 (te raadplegen in de Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg).

1946-01

Dahl, Folke. Dutch corantos 1618-1650. A bibliography. The Hague 1946.

* Hierin facsimiles van kranten uit 1624 met de aankondiging van het verschijnen van de Emblemata. fol. 34v en 127v. Zie 1624-01 en 1624-02.

1946-02

Praz, Mario. Studi sul concettismo. Firenze 1946. Bibliotheca Sansoniana Critica.

* Embl. algemeen p. 103-104; Embl. II p. 104.

1946-03

Vooys, C.G.N. de. Duitse invloed op de Nederlandse woordvoorraad. Amsterdam 1946. p. 30.

1947-01

Praz, Mario. Studies in seventeenth-century imagery. Vol. 2: A bibliography of emblems. London 1947. p. 30.

[p. 252]
* Zie ook 1939-01.

1947-02

Walch †, J.L. Nieuw handboek der Nederlandsche letterkundige geschiedenis (tot het einde van de 19de eeuw). 2e herz. dr. 's-Gravenhage 1947.

* Op p. 284 dezelfde informatie als in de 1e dr. van 1943-04.

1948-01

Es, G.A. van. ‘Protestantsche letterkunde in de eerste helft der 17e eeuw.’ In: G.A. van Es en G.S. Overdiep. De letterkunde van Renaissance en Barok in de zeventiende eeuw. Dl. 1. M.m.v. J. Brouwer. 's-Hertogenbosch enz. 1948. Geschiedenis van de Letterkunde der Nederlanden o.r.v. F. Baur e.a., IV. p. 7-210.

* De Brune op p. 51-56, 63-64.

1948-02

Kelk, C.J. De Nederlandse poëzie. Van haar oorsprong tot heden. Dl. 1: Tot 1880. Amsterdam 1948. p. 219.

1948-03

Knuvelder, Gerard. Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde van de aanvang tot heden. Dl. 2. 's-Hertogenbosch 1948.

* De Brune genoemd op p. 60 en 248-249. [2e dr. 1958-04; 5e dr. 1971-05].

1948-04

Poortman, J.J. Repertorium der Nederlandse wijsbegeerte. Amsterdam enz. 1948. p. 202.

1948-05

Smilde, H. ‘Lichtbakens op de levenszee. In de school van Cats en Huygens.’ In: Panorama der Nederlandse letteren. Verzorgd door J. Haantjes en W.A.P. Smit m.m.v. C.C. de Bruin, J.J. Mak, G. Kuiper e.a. Amsterdam 1948. Hoofdstuk VII: p. 159-180.

* De Brune op p. 178.

1949-01

Heerikhuizen, F.W. van. Spiegel der eeuwen. De Nederlandse letterkunde in haar ontwikkeling. Rotterdam 1949. p. 81, 87.

1949-02

Winkler Prins encyclopaedie. 6e geheel nieuwe dr. Dl. 5. Amsterdam enz. 1949. p. 145.

1950-01

Michels, L.C. ‘Klassieke maten en rijmloze verzen in de 17e eeuw.’ In: Hermeneus 21 (1950) 121-126.

* Ook in: L.C. Michels. Filologische opstellen. Dl. 2. Zwolle 1958. p. 298-304. De Brune resp. p. 126 en p. 303.

1951-01

Thienen, Fritjof van. ‘Het Noord-Nederlandse costuum van de Gouden Eeuw.’ In: James Laver (red.). Het costuum. Een geschiedenis van de mode. Dl. 3: Van de Tudors tot Lodewijk XIII. Amsterdam-Antwerpen [1951].

* Embl. XXXII, X, XXX, II en XIII p. 264-265, 288-289. [Uitgave ook onder de titel: Costume of the Western world. London etc. 1951. 1946-02 Praz noemt ook: Das Kostüm der Blütezeit Hollands. 1930.]

1952-02

Béguin, Sylvie. ‘Pieter Codde et Jacob Duck.’ In: Oud-Holland 67 (1952) 112-116.

* Embl. XXX p. 115.

1952-03

Bresser, N. de. ‘P.C. Hooft en Joan de Brune.’ In: NTg 45 (1952), p. 46-47.

* Niet op onderwerp in NTg-register 1-50. Over Banket-werk, dl. 1, nr. 940.
[p. 253]

1952-04

Groot, C.W. de. Jan Steen: beeld en woord. Utrecht enz. 1952. p. 58.

1952-05

Laan, K. ter. Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid. 2e, verm. dr. met medew. voor België van L. Roelandt. 's-Gravenhage enz. 1952. p. 77.

* [1e dr. 1941-02].

1952-06

Proost, K.F. De bijbel in onze literatuur. Den Haag 1952. Servire's encyclopedie, B. 4b. 6. p. 57, 63.

1952-07

Vooys, C.G.N. de. Geschiedenis van de Nederlandse taal. 5e herz. uitg. Groningen 1952. p. 70, 99.

* [Reprints Groningen 1970 enz.].

1952-08

Waal, H. van de. Drie eeuwen vaderlandsche geschied-uitbeelding 1500-1800. Een iconologische studie. 's-Gravenhage 1952. 2 dln.

* De Brune Dl. 2, p. 134 noot 4, waar hij de bezorger genoemd wordt van de uitgave-1634 van Reygersberghs Chronyk.

1952-09

Warners, J.D.P. ‘Renaissance en oudheid.’ In: NTg 45 (1952), p. 1-10; 201-210.

* De Brune p. 206.

1953-01

Galama, E. ‘De bibliotheek van Gysbert Japiks.’ In: It Beaken 15 (1953), p. 53-64, 90-95, 123-126.

* Op p. 93, nr. 46, blijkt dat Japiks in 1666 De Brunes psalmvertaling van 1644 in zijn bibliotheek had.

1953-02

Nijhoff, Wouter. Bibliographie van Noord-Nederlandsche plaatsbeschrijvingen tot het einde der 18de eeuw. 2e dr. Bewerkt en aangevuld door F.W.D.C.A. van Hattum. 's-Gravenhage 1953. Bijdragen tot eene Nederlandsche Bibliographie. nr. 263.

* Genoemd wordt het gedicht van De Brune in De Oude Chronijcke van 1634 (bibl. 1020).

1954-01

Heckscher, William S. ‘Renaissance emblems. Observations suggested by some emblem-books in the Princeton University Library.’ In: Princeton University Library Chronicle 15 (1954), 2 (winter), p. 55-68.

* Ook in: Heckscher, William S. (ed. Egon Verheyen). Art and literature. Baden-Baden 1985. Saecula spiritalia, vol. 17. p. 111-126. De Brune p. 61 resp. p. 117; Embl. XLVII p. 61 resp. p. 125.

1955-01

Vosters, S.A. Spanje in de Nederlandse litteratuur. Amsterdam 1955. Proefschrift Nijmegen. p. 29, 32.

1956-01

Knipping, John B. en P.J. Meertens. Van De Dene tot Luiken. Bloemlezing uit de Noord- en Zuid-Nederlandse emblemata-literatuur der 16de en 17de eeuw. Zwolle 1956.

* Embl. algemeen p. 9; Embl. III p. 54. Zie 1086 en ook 1983-04.

1956-02

Laan, K. ter. Nederlandse spreekwoorden/spreuken en zegswijzen. 3e dr. Amsterdam [1956?].

* Banket-werk en Nieuwe wyn p. 411, 419. [Onbekend aantal ongewijzigde heruitgaven van deze druk].

1956-03

Stridbeck, Carl Gustav. Bruegelstudien. Untersuchungen zu den ikonologischen Problemen bei Pieter Bruegel d. Ä. sowie dessen Beziehungen zum niederländischen Romanismus. Stockholm 1956.

* Embl. XIX p. 58-59, 305.

1957-01

Grauls, Jan. Volkstaal en volksleven in het werk van Pieter Bruegel. Antwerpen-Amsterdam 1957.

* Embl. XIX p. 181v. Zie over deze ‘onjuiste interpretatie’: 1967-04 E. de Jongh, p. 71.

1957-02

Keersmaekers, A. De dichter Guilliam van Nieuwelandt [...]. Gent 1957. p. 266.

* Zie ook 1632-01.

1957-03

Michels, L.C. ‘Oudemans en Verdam.’ In: NTg 50 (1957), p. 145-150.

* Ook in: L.C. Michels. Filologische opstellen. Dl. 4. Zwolle 1964. p. 254-261. De Brune resp. p. 147 en p. 258.
[p. 254]

1957-04

Unger, W.S. Catalogus van de historisch-topografische atlas van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Dl. 4: Portretten en Personalia. Middelburg 1957.

* Op p. 38, nr. 295, wordt een portret van De Brune beschreven. Op p. 83, nr. 648 wordt een portret van J. Miggrode genoemd