[p. 24]
Het Dichterskoninkrijk I
Eens zullen de dichters regeren
de atoomgeleerden onttroond
zwalken als spoetnikvogels
in het radioaktief heelal
de mist van aftandse formules
maakt hun elk spoor bijster
er is geen hoop meer
in melkwitte retorten
paarsgele giftvlammen
bakteriezwangere laboratoria
worden heilige burchten
van een triomfantelijk gedicht
dan zullen de kinderen
de tinnen soldaten vergeten
poppen van schaaldieren
in hun schooltassen
door het vlechtwerk
van hun kledij
waait de wind
van de nieuwe toekomst
een man komt voorbij
en lacht tegen de kinderen
en aait zijn schouderpapegaai
wij betalen met gedichten
de zorgen van de winter
gedichten zijn warme maaltijden
voor schizofrene intellektuelen
eens zullen de dichters regeren
wij worden vogelmensen
op de nachtzee
paspoortloze vogelmensen in
parijs lissabon stockholm
maar genève hoort er niet bij