[p. 48]
De koopman van Poelepantje
Gelaat met de grimas
der nachten spiegels
der ogen waarin fantomen
uit de walm van
zijn dansend pitje dansen
de les der armoe kent hij
al van buiten godzalig
de watermeloenles
het ezelwoord
de manjaspreuk
de paragrassonate
tomatentelegrammen
de koejaké-fanfare
en van de jaren heeft hij
autosuggestie en droom bewaard
de nieuwste spoetnik landt er
op zijn bungalow in Zorg en Hoop
een spoetnikdroom
een bungalowsuggestie
een vrouw schuift hem
een maanappel toe
uit de walm
van zijn dansend pitje.