terug  begin  verderprepost
[p. 445]

aant.Misanthropie

 
Mensen zijn lelijk, met hun lijf mismaakt
 
Door 't zwoegen, 't droevig kleed en de eeuw'ge ziekten;
 
Hun geest is laf, of zij voor 't leven schrikten,
 
't Ondoofbare, dat rond uw schijn-zijn waakt,
 
 
 
Verkracht smartvlees, dat nooit de banden braakt
 
Waarin u wevers van den dood verstrikten
 
Uit duistren nacht! Vleesogen die uw blik ten
 
Hemel nooit hieft, en maar wat stoflijks raakt!
 
 
 
Uw beendren zijn verkankerd door de zonde;
 
'k Zou, als 'k uw bleke mom afscheuren konde,
 
'n Beestmuil zien grijnzen. Dóód zijt gij; gesmoord,
 
 
 
Dóód is uw vlam. Rondtastend draait ge, als beesten
 
Verplet ge elkaar, te zoeken naar één Woord,
 
Dat lang vergeten is uit mensengeesten.
prepostterug  begin  verder