terug  begin  verderprepost
[p. 446]

aant.21 September '27

 
Die dertig jaren zijn niet heengevloeid:
 
Zij zijn in ons, gelouterd nu van al
 
Dat geest niet doorschijnt, en tot één kristal
 
Van levend schoon zijn lach en traan gegroeid.
 
 
 
En 'k houd ze omslote' als dertig jaar geleden,
 
Uw lieve hand, zo edel-fijn, of strale
 
Uw ziele zelf daar, met haar muzikale
 
Beweging en de klaarte van haar vrede.
 
 
 
Schoon' hand, die strelend hebt mijn koorts gesust
 
En vaak me moed gaaft met een zachten druk,
 
Leid me door verdre stilten van geluk,
 
Tot gijˁ me eens de ogen sluit voor de eeuwge rust.
prepostterug  begin  verder