22 Augustus '88
15 October '88
Februari '89
September '89
Kees Droes
Kees Droes
Hoeveel domkoppen maken een ‘Publiek’ uit?
R. Wagner
31 Augustus 1890
15 December 1890

Pentekeningen door Aug. Vermeylen naar aanleiding van de
opvoering van Hegenscheidt's ‘Starkadd’.
De woê gebeuide istaurie van dane felle kadeei
oeit Meulebeeik
dane vechtersboes en leikeszanger,
Starkadd dan ruziemoeker
(mee een photografie van onzen
concitoyen)
De poeet geeft eten en drinken voor niet aan de mannen
van de gazetten en aan de claque. Ieder krijgt nog 20
francs toe. Alleman is geestdriftig en roept ‘vivan
onzen Starkadd!’
Een heel bende omgekochte mannen en vrouwvolk verlaten
Meulebeek en trekken al zingende erm aan erm noe 't
Vlomsch Theoeter de poëet gaat van veur.
Aan 't teoeter stonden niks als gardevils om 't volk
tegen te houên. 't Is gelukkig allemaal goed afgeloopen
zonder aremn of beenen te breken.
't Stuk is al bezig. Om te beginnen trekt Starkadd er
van deu om te gaan vechten achter de koelissen. Dat is
een oêdig begin. Ik gelûf dat 't nog al ne straffen is,
dane kadee spraktsj te veul en hij vechtsj te weinig.
Rats, daar hedde 't al! Hij is pas weg of ze vermooren
ze vader - of liever ze schoonvader - of zane vriend,
zanen nonkel enfin. Da zal hem leeren die ouwen mens
alleen thuis te laten.
Eindelijk is hem muug van vechten en hij komt naar
hoeis. Ze zijn bang dat hem kwoed zou werren. Mo hij doe
niks. Hij gaat liggen koppen in het Rotsgebergte aan den
oever van de zee. Hier wilt em ze lief aframmelen, uit
jaloezie.
Mo nou es 't kermis: hij gaat mee feesten, hij stampt
nen pol aan de deur en hij slaagt alleman de kop in. Dan
gaat hij een bad nemen in Oostende. 't is een g'heel
schoon stuk.
De schrijver bakt platte brooikes veur ze publiek.
Sedert dien dag gaat hij altijd wandelen met een harp
en verkleed in een skald.
Aan Prosper van Langendonck
Oban, Augustus '94
Fort-Jaco, vakantie '95.
3 Februari 1944.