terug  begin  verderprepost
[p. 580]

Aantekeningen bij de Poëzie

Vermeylen heeft zijn - overigens weinig talrijke - gedichten nooit gebundeld, waaruit zonder twijfel mag besloten worden dat hij ze minder belangrijk achtte dan zijn overig werk. Wel werd onder zijn nagelaten papieren een klein schrift gevonden, waarin hij zorgvuldig en in chronologische volgorde zijn Nederlandse gedichten - ook de meest onbenullige proeven uit zijn jeugdjaren - overgeschreven had.

Hoewel de bewerkers van deze uitgave zich principieel onthouden van het formuleren van een waarde-oordeel aangaande de opgenomen geschriften, moest, wat de gedichten betreft, van dezen regel afgeweken worden: een schifting drong zich hier op.

Onder de rubriek Poëzie werden enkel de met kennelijk artistieke bedoeling geschreven stukken samengebracht. Uit de vôôr 1891 ontstane jeugdverzen, die niet tot de poëzie kunnen gerekend worden, evenals uit de gelegenheidsrijmpjes - Vermeylen schreef er tot in zijn laatste levensjaar! - werd, om hun documentaire waarde inzonderheid als hulpmiddel bij de studie van Vermeylen's taal en stijl, een ruime keuze opgenomen als Bijlage I.

Louter als curiosa werden in Bijlage III een aantal Franse versjes en jeugdprozastukjes afgedrukt.

In de hier volgende aantekeningen wordt van ieder gedicht vermeld waar en wanneer het verscheen. Van de alleen in handschrift bestaande stukken wordt - voor zover zulks te achterhalen was - medegedeeld, wanneer ze geschreven werden.

 

blz. 421: Te Brugge I, II, III, IV.

Verschenen in Zingende Vogels, 1891, 2e stuk, blz. 87-90.

 

blz. 428: De Zucht naar Onwetendheid I, II, III, IV.

Gedateerd April 1892. Bestaat alleen in handschrift.

[p. 581]

blz. 432: Van Geluk.

Verschenen in Van Nu en Straks, 1e Jrg. (1893), afl. I, blz. 1-2.

 

blz. 434: Een Morgen.

Verschenen in Van Nu en Straks, 1e Jrg. (1893), afl. VI-VII, blz. 50-51. Ook opgenomen in Dichters van dezen Tijd. Gedichten bijeengebracht door J.N. Van Hall. Amsterdam, 519O3, blz. 178-179, in Vlaamse Oogst. Proza en Poëzie van hedendaagse Zuid-Nederlandse Schrijvers, bijeengebracht door Ad. Herckenrath. Amsterdam, 1904, blz. 246-247 en in Spiegel van de Nederlandse Poëzie door alle Eeuwen, door V. van Vriesland. Antwerpen, z.j., blz. 601-603.

 

blz. 436: Dagen van Onmacht.

Verschenen in Van Nu en Straks, Nieuwe reeks, 1e Jrg. (1896), blz. 165-171. Ook opgenomen in Vlaamse Oogst..., blz. 248-252. Het IVe gedicht uit dezen cyclus werd opgenomen in Spiegel van de Nederlandse Poëzie door alle Eeuwen..., blz. 601-603; het VIe gedicht in Anthea, Keurverzameling van sonnetten, bijeengebracht door F.V. Toussaint van Boelaere, Brussel, 21933, blz. 219.

 

blz. 443: Op Zee.

Voor het eerst gepubliceerd in Jong Vlaanderen, Kerstnummer 1894 van De Jonge Vlaming. Ook verschenen in Van Nu en Straks, Nieuwe reeks, 1e Jrg. (1896), blz. 230, en in Anthea..., blz. 220.

Van uit Berlijn, in een brief aan zijn vriend Emmanuel de Bom, (waarvan de geadresseerde ons bereidwillig inzage gaf) schreef Vermeylen op 28 November 1894: ‘Ik moet u nog ... een sonnet afschrijven dat ik gegeven heb aan “de Jonge Vlaming” aan wie ik iets beloofd had voor zijn Kerstnummer. (Het is een bladje van leerlingen). Gij moet dat toch kennen eer het verschijnt, want het werd voor u geschreven. Het is een gedicht dat ik, onder vorm van brief aan u gericht, op de boot van Portrec (eiland Skye) naar Gairloch schreef. Maar een rijm ontbrak, een vers mankte, de volgende dagen vond ik geen tijd om dat geheel af te maken, ik kwam in de stemming niet meer, en ... de brief werd u niet opgezonden.

De twee eerste verzen luidden eerst:

[p. 582]
 
O Bom, my dear! wij rijden door de Zee,
 
die steigrend zweept zilt water door ons smoelen...

Ik heb dat natuurlijk veranderd’.

 

blz. 444: In den Nacht.

Gedateerd November 1893, doch pas voor het eerst gepubliceerd - onder pseudoniem Karel de Visscher - in Van Nu en Straks, Nieuwe reeks, IV. Jrg. (1900), blz. 147.

 

blz. 445: Misanthropie.

Gedateerd November 1893, doch pas voor het eerst gepubliceerd - onder pseudoniem Karel de Visscher - in Van Nu en Straks, Nieuwe reeks, IVe Jrg. (1900), blz. 148. Ook opgenomen in Spiegel van de Nederlandse Poëzie door alle Eeuwen..., blz. 603.

 

blz. 446: 21 September '27.

Geschreven ter gelegenheid van den dertigsten verjaardag van Vermeylen's huwelijk. (Op zijn schrijftafel stond een pleisteren afgietsel van de hand van zijn vrouw). Bestaat slechts in handschrift.

 

blz. 447: Hai-Kaï.

Verschenen in Vandaag, nr 2, 1 Maart 1929.

 

blz. 448: Wat ziele zelf...

Niet gedateerd; bestaat slechts in handschrift.

prepostterug  begin  verder