terug  begin  verderprepost
[p. 875]

Aantekeningen bij Hieronymus Bosch

Voor de Palet-serie (uitgave H.J.W. Becht te Amsterdam) schreef Vermeylen in 1939 deze Hieronymus Bosch-monographie.

Terwijl hij reeds vroeger de gelegenheid had over Bosch te schrijven (eerst zeer beknopt in zijn Europeesche Plastiek en Schilderkunst, daarna uitvoeriger in zijn Van Bosch tot Bruegel en zijn Kring) werd hem hier nu de gewenste ruimte geboden om, zonder enig gevoel van beperking, rustig zijn onderwerp uit te diepen. Daardoor is deze studie, behalve dan voor het aanhalen van de schaarse biographische gegevens, die hij telkens haast woordelijk herhaalt, een geheel zelfstandig opstel geworden, waartegen de kernachtige formulering van zijn vroegere geschriften over hetzelfde thema fel afsteekt. Het is de enige uitvoerige studie die Vermeylen over een schilder schreef.

In zijn Van de Catacomben tot Greco zou hij dan voor een vierde maal, na het verschijnen van zijn Bosch-monographie, zijn bevindingen samenvatten: in feite wijkt deze laatste tekst niet wezenlijk van zijn eerste af. In zijn Van Bosch tot Bruegel en zijn Kring had hij zich trouwens ook al veroorloofd - ‘Ik mocht elders daarover schrijven’ (blz. 450) - een hele brok, ongewijzigd, uit zijn Europeesche Plastiek over te nemen.

prepostterug  begin  verder