aant.het schijnt, ongemenen
lof verdient, wellicht omdat het een kunst is, 50 jaar te worden, als men zo
wild met auto's weet om te gaan. Maar dat alles is me slechts een voorwendsel,
om hem nu eens zonder omwegen te zeggen, hoezeer wij in hem den Mens liefhebben
en den Man. Den Mens met het gouden hart, den Man met den onversaagden moed, die
altijd recht door zee steekt, en het wilskrachtig doorzettingsvermogen. Den Man,
die niet alleen door alle vroedvrouwen, maar door alle vroede vrouwen en mannen
van Vlaanderland op de handen wordt gedragen. Den Man, wiens hele leven staat in
den dienst van zijn volk, en die ten volle het genot mag smaken, door de laatste
Mohicanen van de fransdolheid wegens zijn stalen overtuiging verguisd te worden,
- maar ook het grote genot, met al zijn krachten een ideaal te dienen. Het woord
ideaal is een beetje versleten, maar hij weet wel wat ik bedoel: de
verknochtheid aan sommige geestelijke waarden, die de adel van het mensdom zijn.
Dat is ten slotte de enige werkelijkheid, die het leven levenswaard maakt, -
want ook de enige, die ons hier op aarde langer laat duren dan ons voorbijgaand
individu. Frans Daels, als ik dit glas te uwer ere hef, dan drink ik meteen op
de toekomst van uw daad. Dames en Heren, lang zal hij leven, - lang zal hij
leven in de gloria!
1932