De romanschrijver, die den weg baande voor het Vlaams realisme, de schrandere taalkundige, de gelukkige ‘vossenjager’, de folklorist, die van de schouderen opwaarts nog uitsteekt boven al de jongere vakgenoten: dat zijn slechts enkele van de verscheiden aspecten, die voor mij samensmelten in het beeld van den ongebogen werker, den Mens met het hart altijd vol moedige toewijding: Isidoor Teirlinck.
1931