|
|
|
| |
| | | | [Aantekeningen] | |
Algemene aantekeningen
1. Deze IVe band van het Verzameld Werk van August Vermeylen
behelst niet alle nog ongebundelde stukken. Zouden de Redactie en de Uitgeverij
het voornemen hebben opgevat, nu eens alle opstellen, artikelen en lezingen van
Vermeylen te bundelen, er waren nog eens duizend van deze bladzijden nodig
geweest. Dus kwam het tot een keuze, waarbij ook een voorraad van meer dan 150
ongepubliceerde handschriften onderzocht werd om de stof op te bouwen.
De zeer welgekomen publicatie van
Het Werk van prof. dr. A. Vermeylen; analytische
bibliografie
, door dr. Rob. Roemans (Wereld-bibl.
1953)* heeft ondertussen de schifting vergemakkelijkt: de door de
bibliograaf gegeven analyses van de teksten kunnen de belangstellende immers
inlichten over de aard van bepaald proza, dat om een of andere reden moest
opgeofferd worden. De Redactie kon zich bij de keuze aldus bepalen tot zekere
interessante, of quasi onbereikbare, of desnoods onmisbare teksten; zij kon
beschouwingen laten varen, waarvan het thema of de bewijsvoering al eens op een
andere plaats, zij het fragmentarisch, was opgedoken. In dier voege kon het
onbekende, het handschriftelijke, de allerbeste kans krijgen; er werd echter na
rijp beraad toch afgezien van werk, dat op de politieke actualiteit ingesteld
bleek. Zo werd een aantal meetingtoespraken niet behouden. Anderzijds verdween
een serie in het Frans gestelde lezingen voor binnen- en buitenland, omdat te
veel herhalingen de leesbaarheid zouden geschaad | | | | hebben, zoals in
Les romanistes. Ter wille én van de volledigheid, die toch
een goede deugd blijft, én van de literair- en kunsthistorische wetenschappen,
acht de Redactie het gepast opgave te doen van de handschriften (blz. 928),
zodat wie de volledige Vermeylen wenst te kennen, voortaan kan weten, welke
bruikbare teksten nog bestaan, waaraan zijn werkmethode zeer wel gedemonstreerd
kan worden. De chronologische opsomming in deze lijst gelde ten slotte als een
wellicht niet te versmaden aanvulling op Roemans' bibliografie: de activiteit
van de culturele werker wordt er des te eerbiedwaardiger door, en het
verschijnsel Vermeylen wordt er in onze cultuur door gepreciseerd.
2. Wat dient hier verder gezegd? Bijv. dat het wegvallen van menige
tijdschriftbijdrage voorzeker groot nadeel oplevert voor de studie, omdat meteen
van de vermelding van de door Vermeylen aangehaalde bronnen moest afgezien
worden. Door een hertoetsing der waarden moest ook de gehele Universum-reeks van 1935, gewijd aan de moderne Vlaamse letteren,
vervallen: de geciteerde teksten en verzen vullen inderdaad in zo grote mate het
volume, dat het betoog er door gehinderd wordt, een betoog dat grotendeels uit
teksten van deel III is op te bouwen. De Universum-hoofdstukken zijn de weergave van lezingen voor de Rotterdamse
Volkshogeschool gehouden; de citaten zijn er zo talrijk, omdat de Nederlandse
bibliotheken destijds haast over geen Vlaams werk van onze romantiekers
beschikten.
Er werd verder afgezien van de N.R.C.-correspondentie en dito-besprekingen -
alsmede van de Brusselse en Berlijnse correspondentie van het geïllustreerde
weekblad
De Kunstwereld
(Amsterdam, 1894) van Ch. M. van Deventer,
Edw. B. Koster, A.
Verwey, A. Aletrino, etc., waarvan de
entrefilets op voldoende wijze werden weergegeven door Roemans (cf. Het Werk van A. Vermeylen, blz. 192). Men bedenke bij deze losse
mededelingen echter toch maar, dat zij naar verluidt het programma van het
tijdschrift (omslag, zie plaat 1) geschreven werden als een aandeel tot de
‘vermoeiende strijd tegen wanbegrippen der romantiek, het monsterachtige product
ener vermenging van de vrijheidsbegrippen der achttiende eeuw met het dwepend
hartstochtelijke van het | | | | Zuidelijk volkstemperament’. Dat mocht
hier wel even worden opgehaald, om ten minste de bijdragen te situeren.
3. De Redactie heeft gemeend, bij de keuze uit de handschriften, deze te moeten
opnemen, die zich bij nader onderzoek aandienden als de authentieke teksten van
lezingen, welke Roemans enkel naar dagbladverslagen
heeft kunnen weergeven (cf. Het Werk van A.V., blz. 435-459).
Uit de interventies in de Senaat*, die een aardig
volumen zouden kunnen vormen - met de onderbrekingen! - werd alleen de hulde aan
Alberik Deswarte bewaard, omdat zij al te zeer
past in de algemene opzet van deze editie.
4. Eindelijk zij opgemerkt, dat de bewerker, voor zover zulks mogelijk was,
zekere weggelaten handschriften heeft gegroepeerd om er, bij een wél opgenomen
tekst of bij de vermelding van de titel van een handschrift, een Aantekening aan te wijden.
5. Kwamen nu, met de bijdragen aangehaald door Roemans, alle Vermeylen-teksten onder handen? Wie zou dàt ooit durven
beweren: dergelijke zekerheid bestaat niet. Menige radio-lezing bijv. is
onvindbaar gebleven (bijv. 11 Juli 1938; de voorgenomen lezing over Rodenbach,
op 23 Juni 1940), terwijl vooralsnog een open vraag blijft, welke artikelen
mogelijk van Vermeylens hand zijn in de Vlaamsche Hoogeschool
(Maart 1911-Juli 1914; cf. Verz. W. dl. III, blz. 900), en of een of ander
manifest, bijv. dat van de Vlaamse intellectuelen van de Belgische Werklieden
Partij ja dan neen van zijn hand is. Het is steeds mogelijk hier en daar nog een
| | | | verzonken dagbladartikel of relaas, links of rechts, aan te
treffen, of waar dan ook*, of nog een brief tot een redactie gericht, en zo meer; maar
waarom? De publicatie van een verzameling brieven heeft het Vermeylenfonds reeds voor zijn rekening genomen, zodat hier in het
algemeen van brieven kon afgezien worden.
Was het nodig Vermeylens medewerking aan Encyclopedieën (Nederland, Engeland,
Italië) in deel IV op te nemen? De Redactie meent van niet, maar maakt toch weer
een uitzondering voor de Franse tekst betreffende de Belgische letterkunde, bestemd voor de Enciclopedia
italiana, omdat daar én Vlaams- én Fransschrijvende auteurs comparatistisch
door elkander zijn behandeld.
6. Interviews en persgesprekken bleven als niet-authentiek achterwege.
Volledigheidshalve worden hier echter vermeld (zie verder Roemans, Het Werk van A.V., blz. 414).:
| André de Ridder: Bij August
Vermeylen (
Den Gulden Winckel
, VII, 7; 15 Juli 1908); |
| E. d'Oliveira jr.: Vlaamsche
schrijvers; II A.V. (
De Boekzaal
); 1e Jrg, Nr 5; Mei 1907, blz. 135; gewijzigd en overgenomen in
De mannen uan '80 aan het woord; gesprekken met
Nederlandsche letterkundigen naverteld door E. d'Oliveira
jr. ‘Nederlandsche Bibliotheek’ 1909; blz. 141.
Maatschappij tot verspreiding van goede en goedkope lectuur. |
| L. v. H.: De prijzen tot aanmoediging der letterkunde, door den
Brabantschen Provincieraad ingesteld; een onderhoud met hoogleeraar A.V.,
lid van de jury (
Vlaamsche Gazet
, 7 Januari 1912); |
| C. van Raalte: Over de Vlaamse Academiën,
Nieuwe Rotterdamse
|
| | | |
| Courant, 7 Nov. 1937 (ook opgenomen in Wetenschap in Vlaanderen, Nov. 1937). |
7. Voor de orde in de publicatie liet de Redactie zich, binnen de gemaakte
groeperingen, leiden door de chronologie. Beschouwingen en algemene teksten
volgen elkaar op naar de datum van hun ontstaan (zie Ethiek,
politiek en cultuur). Karakteriseringen van figuren worden naar
tijdsorde van het optreden van de personages of groepen enz. gerangschikt (zie
Beeldende kunsten: Figuren en groepen;
Literatuur: Buitenlandse figuren en Vlaamse
figuren; Korte Karakteristieken).
8. De noten bij de teksten van Groep II (
Beeldende Kunsten
), tenzij met G.S. ondertekend, zijn van de hand van Dr. W. Vanbeselaere. De aantekeningen van de andere hoofdstukken in
deel IV werden bezorgd door G. Schmook. Menige passus
en menig biografisch detail werden terecht gebracht door Mevr. A.
Schmook-Terneus.
|
*Een eerste uitgave van deze Bibliografie komt
voor in Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse
Academie voor Taal- en Letterkunde (Gent, 1934), blz. 621-741;
881-952.
*Interventies niet opgenomen in Roemans: 1923, 14 Maart, 17 Juli; 1924,
29 Januari, 4 Februari; 1928, 7 Mei; 1930, 19, 20 en 26 Februari; 1931, 5
Maart; 1935, 26 Februari; 1939, 7 December; 1940, 15 Februari; 1944, 7
December. - Verder zij verwezen naar de
Parlementaire Bescheiden
: 19 Juli 1923 (nr. 201, Rapports); 27 Januari 1925, (nr. 57
Wetsontwerp); 9 Juli 1925 (nr. 17, Wetsontwerp); 14 Juli 1925 (nr. 18,
Wetsvoorstel); 15 November 1928 (nr. 9, Verslag); 19 Mei 1931 (nr. 134,
Wetsontwerp); 11 December 1934 (nr. 16, Verslag).
*Bijv. niet in Roemans:
Prof. Vermeylen over G. Gezelle en zijn werk
in
Delftsche Courant
, 2 en 3 Dec. 1906; Delftsche Courant, 13 Dec.
1912, verslag over een lezing (zie blz. 929); Littérature
in Le Matin, 1 Febr. 1913; Arbeider en
intellectueel, Volksgazet, 1 Mei 1922;
Guido Gezelle, le poète vu par A.V. in Les beaux-arts, 1 Mei 1930; Le dépeuplement des
écoles spéciales à l'Université de Gand in Le
Peuple, 22 Dec. 1932;
De aanbidding van Het Lam
in Uit eigen gaard, Modern Essays,
1934.
|
|