terug  begin  verderprepost

7. De eenheid van de ontwikkeling.

Het betrekkelijk karakter van ‘oorzaken’ of ‘invloeden’ staat ons dus enigermate toe, de kunstgeschiedenis van onderscheiden standpunten uit te beschrijven. Toch is het niet ten enen male onverschillig, aan welk principe van eenheid men zich houden zal. Met het een grijpt men dieper in het wezen zelf van de kunst dan met het ander.

Daar kunst altijd uitdrukking van geest is, - geest van den tijd en het milieu, zoals die vooral uit de opvatting van de onderwerpen blijkt, èn specifiek-kunstige geest, zoals die zich vooral in de opvatting van den vorm open-

[p. 31]

baart, - zal de geschiedschrijver er naar streven, de stijlen in verband met het wezenlijkste geestesleven van tijd en milieu te zien; ofschoon hier op de zekerheid van streng wetenschappelijke vaststellingen niet veel te hopen valt en een hoge graad van waarschijnlijkheid slechts bij het beschouwen van zeer brede groepen te bereiken is. Maar wanneer hij een geschiedenis ontwerpen wil, waarin de opeenvolging van de werken ons verschijnen zou als een genetische aaneenschakeling, dan acht ik het geraden, de continuïteit vooreerst te zoeken in de wijze waarop in de uitvoering de eigenlijkartistieke voorstelling belichaamd werd. Dat is de rode draad, die naar hun innerlijk wezen - zover zich dat begrijpen laat, - kunstwerk aan kunstwerk verbindt. Het spreekt echter vanzelf, dat wegens de nodige beperking, het bewijs door een onafgebroken voortgezette analyse hier niet te leveren is, en ik de algemene lijnen slechts door enkele mijlpalen aanduiden kan.

Wordt nu vooral op die evolutie van de kunstzinnige vormgeving gelet, dan treft het, hoe elke tijd aan de kunstenaars van het Europese beschavingsgebied ongeveer dezelfde nieuwe problemen opdrong; of, om het juister te zeggen: in eenzelfde tijdvak, d.i. in eenzelfde stadium van de kunst-beweging, is er minder verschil tussen de problemen, waar verschillende volkeren voor staan, dan tussen de problemen, waar eenzelfde volk in verschillende tijdperken voor staat.

In een zo ruim overzicht als dit, moeten dan ook de nationale indelingen, verticaal naast elkaar gesteld, vervangen worden door de horizontale lagen van de opeenvolgende, gemeenschappelijke tijdvakken. Zo eerst

[p. 32]

ontwaren wij den samenhang en, boven alle eigenaardigheden der volkeren uit, de eenheid van de geschiedenis der Europese kunst, één groot ontwikkelingsproces, waar gezamenlijke rythmen door rijzen en dalen.

prepostterug  begin  verder