1Blijkens het op zich zelf staande rijm ontbreekt hier weder een vers, dat misschien aldus kan geluid hebben.
2Met het oog op de vorige verzen moet misschien het mij althans onverstaanbare sanser in sausen veranderd worden. In vs. 76 vlg. heet het: Met een looksaus kan men den duivel wel eten; het onaangenaamste is bruikbaar als het wordt gekruid door geld. Nu volgt de tegenstelling: Later komt (evenwel) de treurige dag, dat hij (die het onaangename om het geld geslikt heeft) met andere sausen beroerd moet zijn, er mee moet sukkelen: dan toch moet men van den penning scheiden, terwijl de ziel wordt verdoemd. Zoo ongeveer schijnt mij het beloop der redeneering.
1Tusschen vs. 125 en 127 is weder een vs. uitgevallen, terwijl in vs. 127 hoogstwaarschijnlijk verstuus bedorven is, en in verstaes zal moeten worden veranderd. Het slot van de bevelen der méesteres aan hare dienstmeid zal waarschijnlijk eene aanmaning geweest zijn om ze stipt na te komen en niets te vergeten. B. v. iets in dezen trant: ‘En wees nu niet zoo dom dat je niet verstaat wat ik je zeg.’
Zoo zoude men aldus de ontbrekende regel kunnen aanvullen:
1Aan de lezing dezer twee verzen behoeft waarschijnlijk niets veranderd te worden. Doch laghen is niet het imperf. van liggen, maar een Duitsch gekleurde onbep. wijs. Laghen moet dan een wisselvorm zijn van leggen, evenals Hd. lager voor leger, en het ww. lagern voor legern. De zin is dan: ‘een hoek, waarin honden gewoon waren hun bed te spreiden.’ Mijn vriend de vries doet mij deze verklaring aan de hand, terwijl ik eerst had willen lezen: ende laghen. Doch dan zou het bij plegen behoorende ww. ontbreken.
1Aldus te verbeteren in plaats van het onzinnige ghevloghen. Verg. velthem, 6, 8, 39, waar van twee ridders verhaald wordt, die met de koningin van Alverne en de gemalin van Karel, zoon van Filips den Schoone, overspel hadden bedreven, en aldus werden gestraft: