1Evenals IV bij vs. 238 plotseling afbreekt, eindigt ook dit stuk eensklaps aan het eind der bladzijde. Daar ook hetzelfde het geval is met het fragment uit het hier niet afgedrukte gedicht van willem van hildegaersberch, dat bij vs. 38 eindigt, en in het Hs. tusschen VII en VIII op bl 89-90 voorkomt (zie Ged. v. Hildeg. 327, aant. op bl. 73), zal ook hier het slot wel weggevallen zijn.