1Dit zeer bedorven en onverstaanbaar, sterk Duitsch gekleurd gedicht is niet alleen onvolledig doordat het ophoudt midden in eene strophe, daar ‘de weinige overige bladen van het Hs. verrot en onleesbaar waren,’ zooals v. wijn op de laatste bl. heeft aangeteekend, maar ook doordat een menigte verzen in de pen des afschrijvers zijn gebleven en ontbreken. Blijkens de achtste, alleen volledige, strophe bestond elke strophe uit 14 verzen met twee rijmen, waarvan 1-5 en 7-12 op hetzelfde rijm eindigden, terwijl 6 en 13 en 14 een anderen gelijken rijmklank vertoonen. De 7 voorafgaande strophen, die nu 79 verzen tellen, hadden samen 98 verzen groot moeten zijn.
Bij zoo groote onvolledigheid en verwarring deelen wij het gedicht mede zooals het er staat, en zullen ons niet vermoeien met het zoeken naar verbeteringen, 't Zou den moriaan gewasschen zijn.
3In het eerste deel dezer strophe ontbreken twee rijmregels, in het laatste één vers op -ich of -ic.
56 Hs. ander meest. - 62. Hs. winde.
1In het Hs. is de h van houwen doorgeschrapt, en door een andere letter - misschien eene r - vervangen.
2Van deze strophe zijn niet minder dan 5 verzen verloren gegaan, namelijk het zesde vers, dat moest rijmen op de twee laatste, en vier rijmen op -ouwen.