[p. 8]
IV
In elk museum zijn er meer dan éen:
Een and're lijst om steeds eend're gebaren;
En onder 't stof van de vergeten jaren
Dooft zelfs de toets die onvervangbaar scheen.
Van honderd bontbepluimden is er geen
Die niet in 't eigen spiegelbeeld kan staren;
Er is wel leven, geen verschil te ontwaren,
En als het leven niet verschilt, vliedt 't heen.
Maar soms, te middernacht, wordt elk taf'reel
Door tooverij vervuld van haat en nijd
Jegens de schutters aan de overkant.
‘Weg met die schutters!’ - en een luid krakeel
Breekt uit, dat voor een korte poos bevrijdt
Van het eentonige gezinsverband.