auteur: Simon Vestdijk
bron:
Simon Vestdijk, ‘Gestelsche liederen’. In: Simon Vestdijk, Verzamelde gedichten (ed. Martin Hartkamp). Athenaeum-Polak & Van Gennep, Bert Bakker, De Bezige Bij, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam / Den Haag 1971, deel 2, p. 1-335 en deel 3, p. 486-503
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads
©
2004 dbnl / Martin Hartkamp en erven Simon Vestdijk

|
|
| |
| | | |
IX
Er leven schutters in zijn machtsgebied:
Ontel'bren, die gedwee de kop opsteken,
Zoodra hij 't hun met forsche penseelstreken
Beveelt, - maar wie het zijn dat weet hij niet.
Schijnbaar van 't werk'lijk leven afgekeken,
In raadzaal en in woningen bespied,
Is er die stille naglans aan hen, die 't
Oerbeeld verraadt, dat niet werd opgeteekend.
En daarom blijft hij hunk'ren naar de eene,
Die hij op straat zou kunnen tegenkomen:
Zijn schepsel, en terzelfdertijd zijn vriend.
Lang kan hij wachten voor die is verschenen, -
Totdat hij, in de zwang're afgrond ziend,
Zichzèlf aanschouwt, in 't vendel opgenomen.
|
|
|