terug  begin  verder

[p. 16]

XII

 
De ware kunstenaar zal 't nergens vinden:
 
Geloof, - al stierf hij ook op Golgotha.
 
Zelfs Thomas rekende het wonder na
 
Alvorens zich voor de eeuwigheid te binden.
 
 
 
Zoo is hij op genâ of ongenâ
 
Overgeleverd aan de teerst beminden;
 
Door fabels laten zij zich wel verblinden,
 
Maar zijn verlossend woord blijft algebra.
 
 
 
Daarom zoekt hij een God, - niet als een macht
 
Die de aarde schiep en hem de wetten stelt,
 
Maar die hem als Geloov'ge vergezelt,
 
 
 
Die hém gelooft, en in zijn vormenpracht
 
De wezens ziet, die Híj had willen scheppen
 
En van wier glans, 't is waar, slechts fabels reppen.

terug  begin  verder