terug  begin  verder

[p. 17]

XIII

 
‘Apollo, groote geest, een schuttersmaaltijd
 
Zij zonder ambrozijn u opgedragen!
 
Vergeef het vendel, dat het deze praal wijdt
 
Aan 't lager godendom der drinkgelagen!
 
 
 
Rijd hier niet binnen met uw zonnewagen,
 
Maar werp een straal in hun armzaal'ge vaalheid;
 
Ik weet, en daarom wil 'k uw bijstand vragen,
 
Dat gíj de schutsheer van dit gul onthaal zijt!’
 
 
 
De lichtgod doet wat goden doen: hij glimlacht,
 
En peinst, en laat wat zonnestofjes dansen,
 
Zendt zijn orakel uit naar 't gulzig schransen
 
 
 
En spreekt met fluisterstem: ‘De god laat weten,
 
Dat hij bij Zeus zich reeds heeft zatgegeten
 
Zonder de hulp van 'n schilder die zich slim dacht.’

terug  begin  verder