[p. 19]
XV
De schuttersmaaltijd, - wie bedacht die naam?
Het woord schijnt aan de werk'lijkheid ontheven,
Voorgoed te loor, en met het woord tezaam
Zijn niet bestaande vormen neergeschreven,
Onwereldsch gestileerd, gloeiend aanzwevend
Op de verheven vleugelen der faam:
Titanen, eenhoorns, hippogryphen leven
En sterven in 't magnetisch tooverraam!
De wapenhandel werd tot arabesk,
Het bandelooze smullen een grotesk
En angstaanjagend zinderen van vonken.
Totdat een kreet die rijke wirwar rijt:
‘Het zijn de schutters!’ - en nog niet verklonken
Het vendel weergeeft aan zijn mensch'lijkheid.