[p. 20]
XVI
Het zíjn de schutters, - en het mensch'lijk pogen
Schikt zich in hun trouwhart'ge travestie.
Zij zijn de onzen, en geen wezens die
Door die ijlhoofd'ge pronkzucht zijn bevlogen.
Gun Proteus zijn geglij: zíj blijven wie
Zij waren, rij voor rij, met neus en oogen
In stand en blik zorgvuldig afgewogen
Tot deze schier plantaard'ge symmetrie.
Daar komt een kind en stelt de vraag: ‘Waarom
Hebben die dikke mannen haar rondom
Het hoofd, in plaats van onder aan hun zolen?’
En deze vraag werpt alles overhoop
Wat men vanouds geleerd heeft op de scholen
Omtrent de schutters en hun wereldloop!