terug  begin  verder

[p. 21]

XVII

 
Als ied're vorm 't gewoonterecht verloor,
 
Werd zelfs een schutter tot een monsterwezen
 
Erger dan Sint Antonius heeft bekoord
 
En nog veel onverklaarbaarder dan deze.
 
 
 
Een bleek ovaal, waar bulten op verrezen,
 
Waarmee de mensch zegt dat hij ruikt en hoort,
 
Wordt door twee glanzende afgronden doorboord,
 
Een tranend spiegelschrift, kwalijk te lezen.
 
 
 
Men las het, eeuwen lang; men vond de huid
 
Een koele en wiegelende waterbaan,
 
En niet een zak die rottenis omsluit.
 
 
 
Men vond dit alles schoon, - maar ook alleen
 
Wanneer de ziel zich opende voor éen
 
Die op dit watervlak wou varen gaan.

terug  begin  verder