[p. 22]
XVIII
Zoo ferm zouden de schutters zich niet voelen,
Als geen van hen zijn liefste had omarmd:
Nu zitten zij als vorsten op hun stoelen,
Tot binnen in het ingewand verwarmd.
Om goed te vechten moet men lusten koelen:
Elk is een held, die bij het minst alarm
Van brand of oproer heensnelt uit de Doelen
En zich over een angst'ge stad erbarmt!
Mars was belach'lijk soms, maar Venus toefde
Toch graag bij hem, al was hij niet de eerste...
Maar wie zóo slecht de strategie beheerschen
Als deze zwelgers in wat burgervrouwen
Zijn moeilijk als een krijgsgod te beschouwen,
Die vrijde en rumoerde, maar niet snoefde.