[p. 32]
XXVIII
Onder trompetstoot en eng'lenkoraal
Heeft Sint Michiel zijn tenten opgeslagen.
De zon schijnt valer dan op and're dagen;
En doode vogels met hun kwettertaal,
En doode hazen, die op schotels lagen,
Een hertebout, verslonden aan het Maal,
Zullen verrijzen uit het darmkanaal
Om pasgestorven schutters aan te klagen!
De jongste dag is daar; de eters haasten,
Nog kauwende, van de eerste tot de laatste
Zich uit de Doelen, bevend voor hun lot.
En met herrezen pluimvee als getuigen
Zullen zij need'rig zich voor 't vonnis buigen:
‘Zoo vreet u de afgrond!’ spreekt de stem van God.