terug  begin  verder

[p. 73]

Maartaant.

 
Dit is een duivelskind, deze maand Maart.
 
Men kan dit in een stormnacht goed bemerken:
 
Hij buitelt door de schoorsteen op de haard
 
En blaast de torenhanen van de kerken!
 
 
 
Nochtans, al wat hij roert is slechts zijn staart,
 
Waarmee hij wind maakt als met vogelvlerken,
 
En van zijn hoef is enkel 't boerenpaard
 
De drager, dat de akker gaat bewerken.
 
 
 
Rust en beweging is deze maand eigen:
 
Wildheid der luchten, en op aarde 't wachtend
 
Verlangen naar wat eerlang komen gaat.
 
 
 
En drooggewaaide stoepen langs de straat
 
Zijn nooit zoo helderblauw en kalm en smachtend
 
Als wanneer buien in de hemel dreigen.

terug  begin  verder