[p. 77]
Juli
Verwonderd vragen van de eerste vruchten:
Zijn wij voor 't midden of voor 't eind bestemd?
Reeds schallen onze bongerds van geruchten
Die het welvarend appelvolk niet kent.
Het najaar stooft met zijn verbleekte luchten
Ons zoo verwoed niet als dit licht ons temt
En zoet en vloeibaar maakt; wij willen vluchten,
Maar kunnen niet, door 't rijpen overstemd.
Jong rijp jong rot: wij gaan de avond in,
En hangen pronkend achter meisjesooren,
Wij willen leven, en wij kunnen niet.
Wij werden niet als toovervrucht geboren,
Maar moeten bloeden in ons eerst begin,
En moeten sterven bij een kinderlied.