Gestelsche liederen


auteur: Simon Vestdijk


bron: Simon Vestdijk, ‘Gestelsche liederen’. In: Simon Vestdijk, Verzamelde gedichten (ed. Martin Hartkamp). Athenaeum-Polak & Van Gennep, Bert Bakker, De Bezige Bij, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam / Den Haag 1971, deel 2, p. 1-335 en deel 3, p. 486-503  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 82]

December

 
Gehuld in mantels schrijdt het jaar naar buiten,
 
Stromp'lend en oud, door 't huisgezin beklaagd,
 
Zijn ooren schuil achter de mantelkraag,
 
Waaraan vanzelf reeds vlokken sneeuw ontspruiten.
 
 
 
Hij spreekt: ‘Vóor mij het offer wordt gevraagd
 
Buiten 't gezin vrijwillig mij te sluiten
 
Blaas ik wat dunne ijzel op de ruiten,
 
Niet als een antwoord, maar als wedervraag.’
 
 
 
Vraag, vraag in uw wanhoop eindeloos voort,
 
O maand, die de last van 'n heel jaar moet dragen,
 
Vreugde en leed van twaalf maanden tezaam.
 
 
 
Elk streepje tijd schetst gij waar het behoort:
 
Het zet zich vast als ijzel op het raam
 
En smelt tot 't Niets van jaren, maanden, dagen.