[p. 90]
Odysseus in de onderwereld
Bruin loof hing dampig voor de donk're grot,
Waar hij zijn nieuwste heldendaad beraamde,
En waar de bergstroom met de wind tezaam de
Verschrikkingen verkondde die hun lot -
Het lot der schimmen - woest omringden, tot
Eén hen verlossen kwam, die hen beaamde
Met offerbloed, en voor de oop'ning staande
Hun ziel en stem bezwoer tegen 't verbod.
Zij spraken: in de wind en in het water
Dat verderruischte; en met grage mond
Dronken zij van het bloed dat zij begeerden.
Maar and'ren zeggen: híj was de een'ge prater,
En praatte als een'ge schim, in droom, en wond
Zich op, tot hij waanzinnig wederkeerde.