terug  begin  verder

[p. 94]

Het verleden van Silenosaant.

 
Men fluistert, dat hij Dionysos was,
 
De oude dronkaard, in zijn jonge dagen.
 
Vraag het hem niet: hij zal uw rust belagen
 
Met zotteklap in 't warme zomergras.
 
 
 
Hij zal u overreden, en u vragen
 
Wíe hier de meester is van 't druifgewas;
 
En met hem drinkend uit hetzelfde glas
 
Zult gij 't gelooven, uit het veld geslagen.
 
 
 
En twijfelt ge, wie dan? Waar is het kind,
 
Het godskind dan, als 't zich niet híer bevindt?
 
Ge zoekt, ge drinkt, en luistert, droomverloren.
 
 
 
En zoo begooch'lend is zijn roode wijn,
 
Dat dit uw slotsom enkel nog kan zijn:
 
Of hij, of ik, werd hier als god herboren.

terug  begin  verder