terug  begin  verder

[p. 97]

Demeter's klachtaant.

 
Domme godin van 't weerkeerend seizoen
 
Der feestelijk herboren korenaren,
 
Waarom toch vreest gij voor de doodsgevaren,
 
Die u in ied're oogstmaand sidd'ren doen
 
 
 
Om uwe dochter, die Hades ten zoen
 
U wel ontroofd wordt, maar om u te sparen
 
Ook steeds wordt weergegeven aan de haren,
 
Nog even blond en bloeiend, nu als toen?
 
 
 
‘Ik leef niet in een overzicht der jaren,
 
Ik leef niet in een oordeel van 't seizoen,
 
Ik ben een vrouw, en kan geen toekomst baren
 
 
 
Uit een verleden vol van lentegroen,
 
En de minuut, dat zij is heengevaren,
 
Zal voor een eeuwigheid niet onderdoen.’

terug  begin  verder