terug  begin  verder

[p. 98]

Phaëtonaant.

 
Zóo streng had hij de tijdsduur ingeperkt,
 
De vader, die zijn zoon de zonnewagen
 
Voor éen dag overliet, dat bij het dagen
 
Geen vogel het verschil had opgemerkt
 
 
 
Met anders. Aan de verre einder zagen
 
De boeren hem omhoogklimmen in t zwerk;
 
Men molk de koe op tijd; en 't akkerwerk
 
Begon en eindigde als op and're dagen.
 
 
 
Er was geen onderscheid: de paarden draafden
 
Alsof de vader zelf de teugels hield;
 
De wagen sproeide vuur, door hèm bezield.
 
 
 
Toen wist de zoon: ik ben een onbegaafde,
 
Een werktuig, zonder eenig aanbelang, -
 
En stortte neer, vlak voor zonsondergang.

terug  begin  verder