terug  begin  verder

[p. 104]

Tiresias in de onderwereldaant.

 
Anders dan zijn spokige metgezellen
 
Bleef hem de wond're gave toebedeeld
 
Te kunnen denken, spreken en voorspellen,
 
In alles 't slechts vervaagde evenbeeld
 
 
 
Van vroeger: soms volijv'rig en gestreeld
 
Door hun geloof; dan weer, om hen te kwellen,
 
In zwijgzaamheid gehuld, of te verveeld
 
Om 't oude nog eens over te vertellen.
 
 
 
Maar wàt voorspelt hij, in dat bleek gedrang
 
Van schimmen in die eeuw'ge duisternis?
 
Dat men na duizend jaren minder bang
 
 
 
En minder vaag zal zijn? Dat eens de dood,
 
De diep're dood, hier te verwachten is,
 
Die ook Tiresias in 't Niets verstoot?

terug  begin  verder